Lene deed onder andere de portefeuilles jeugdzorg, democratisering en zorg en welzijn. Gedurende al die jaren combineerde Lene haar raadswerk met haar functie als onder andere dagvoorzitter voor Bureau &MAES. De meeste mensen zullen Lene herkennen van haar voorstel over buurtbanen, de reeks voorstellen over zeggenschap in de zorg en het initiëren van het stemrecht voor 16- en 17-jarigen in de stadsdeelcommissies. Lene hield ervan om samen met de mensen om wie het gaat haar voorstellen te schrijven.

Wat is je mooiste herinnering aan je raadswerk?

Mijn mooiste herinnering is de commissievergadering waarin we het initiatiefvoorstel ‘Hup Ervaringsdeskundigen’ bespraken. Daar waren een heleboel geweldige insprekers die ons zeer raakten met hun inspraak. Zo ook Mannus Boote en Jason Bhugwandass, die meeschreven aan het voorstel. Jason had zijn buikspreekpop meegenomen bij het inspreken, dat was zo bijzonder. Daarna waren de bijdragen van de collega-raadsleden allemaal heel persoonlijk, anders dan anders, precies waar het voorstel over gaat. 

Welke mensen/organisaties zullen je altijd bij blijven?

Dat zijn op het gebied van zorg en ervaringsdeskundigheid alle mensen van Expex, ANE, De Omslag, KringWijs, Cliëntenbelang en nog vele anderen. Al die mensen die elke dag keihard werken om mensen die we vaak niet horen een stem te geven. Verder Zal ik Yamina el Ghlai en Awatif, en met hen Piet van Diepen en Phlip Korthals Altes nooit vergeten. Yamina benaderde me een aantal jaar geleden om te komen kijken bij haar inloopspreekuur waar ze de post openmaakt met mensen in de buurt. Vanuit daar en vele gesprekken met andere mensen, zijn de buurtbanen en het initiatiefvoorstel voortgekomen.

“ Ik heb Lene in 2018 leren kennen, zij is heel spontaan, lief en een doorzetter. Door Lene staat de buurtbaan op de kaart! Wij zijn haar hier ontzettend dankbaar voor. ”

Yamina el Ghlai

Op het gebied van democratisering denk ik aan een groep stadmakers van het eerste uur: Jasper Etten, Karien van Assendelft, Niesco Dubbelboer, Floor Ziegler, Nies Medema en vele anderen.

“ Ik nam Lene ooit mee naar een gesprek met Joost Eerdmans, destijds wethouder in Rotterdam voor Leefbaar R'dam. Niet direct de grootste politieke vriend, maar Lene was oprecht geïnteresseerd hoe hij in Rotterdam met buurtrechten en lokale democratie omging.  Lene is het soort raadslid dat iedereen open, intelligent en betrokken tegemoet treedt. Tegelijkertijd is ze vasthouden aan wat ze gelooft. Als het tegenzit - en ze heeft de nodige tegenwind en -slag gehad - blijft ze optimistisch. Lene treedt je altijd tegemoet met een glimlach en sprankelende ogen. Ze is het soort mens dat je graag in je buurt hebt. ”

Niesco Dubbelboer

Als laatste moet ik ook mijn collega Femke Roosma noemen. Zij is van een collega een zeer dierbare vriendin geworden en ik voel me zo rijk dat ik die vriendschap mee mag nemen uit mijn politieke tijd. 

Wat ga je het meest missen?

Overal naar binnen mogen en achter deuren kunnen kijken. Ik ben nieuwsgierig van aard en ga het missen dat je overal in de stad welkom bent en achter deuren van mensen en organisaties mag kijken. Het letterlijk de spreekbuis kunnen zijn voor hen en wat mensen willen of doen vertalen naar beleid en politieke idealen, is het mooiste wat er is. Ik vond het heel fijn om voorstellen samen met mensen in de stad te schrijven, dat deden we dan in Google Drive. Zo wilde ik ook hen laten zien hoe de gemeenteraad werkt. 

Is er een debat dat je nooit meer zal vergeten?

Dat zijn er twee. Het eerste was aan het begin van deze periode. Op een dag werd ik gebeld door een GroenLinkser met de vraag of ik die dag naar het Slotervaart Ziekenhuis wilde komen. Het rommelde daar al een tijd en sluiting dreigde. Haar moeder werkte er en ze wilde graag dat wij daarheen kwamen. Ik ben daar toen geweest  en op dat moment werd het besluit tot sluiting genomen. Het was ontluisterend daar toen in die hal te staan, mensen gingen letterlijk hun kluisjes leeghalen en dat was het dan. Die week hadden we een debat in de commissie waar heel veel woede en verdriet heerste, bij medewerkers die kwamen inspreken en bij ons als commissie. Ik weet nog dat ik werd aangevallen op wat er gebeurde en me dat erg aantrok. Op de fiets naar huis bedacht ik dat het logisch was. De woede en verdriet moest ergens heen. 

Het tweede debat dat ik nooit zal vergeten was zeer recent. Na een rondetafelgesprek met alle instellingen, jeugdhulp, de moeder en stiefvader van Famke, bespraken we in de commissie het rapport ‘Onmacht’. Dit verhaal is echt het meest vreselijke om voor te stellen. Famke werd door haar vader doodgeschoten en haar moeder werd al een hele tijd buitengesloten. De hulpverlening werkte na elkaar en niet met elkaar. Op zo’n moment lees je een rapport en alle aanbevelingen, maar weet je ook dat daarmee en met dat debat het meisje niet terugkomt. Je hart bonkt dan wel in je keel. Dat haar moeder de kracht had om met ons te reflecteren, vond ik een van de meest krachtige dingen die ik een mens ooit heb zien doen. 

Wat ga je absoluut niet missen?

De lange vergaderingen. De duur van raadsvergaderingen is zeker verkort de afgelopen tijd, maar we kunnen er nog steeds wat van. Ik denk dat zulke lange dagen ook zorgen dat het raadswerk niet inclusief is. Alleenstaande ouders of mensen met een chronische ziekte kunnen dit werk moeilijk doen. Daarom heb ik ook aan het begin deze periode besloten om open te zijn over mijn chronische ziekte. Omdat je niet alles kunt en mensen dat niet aan je zien. Ik kreeg hartverwarmende reacties van heel veel partijen, dat was echt bijzonder. 

Wat was je lievelingsdossier?

Voordat ik in de gemeenteraad kwam, zat ik in de Provinciale Staten. Ik deed daar jeugdzorg als portefeuille en ben als het ware met deze portefeuille mee gedecentraliseerd. Ik vind lievelingsportefeuille geen goed woord, omdat het vrij frustrerend is dat we de zorg voor kinderen en jongeren na al die jaren nog steeds niet goed hebben georganiseerd. Maar het is wel de portefeuille die me het meest aan het hart ligt. Die me het meest raakte en waar ik echt van voelde: hier kan ik wat betekenen.

Voor welk onderwerp kan iedereen je ook nog bellen nadat je uit de raad vertrokken bent?

Dat is makkelijk, dat is voor ervaringsdeskundigheid. Ik geloof er echt in dat ervaringskennis de zorg en sociaal beleid veel en veel beter maakt. Ik hoop dan ook echt dat het netwerk ANE de komende jaren verder mag groeien. 

Verder mogen mensen mij altijd bellen over democratisering en het bestuurlijk stelsel. Ik ben er trots op hoe we met een groot deel van de raad samen zijn opgetrokken in het vormgeven van het bestuurlijk stelsel, maar ik vind echt dat de wet veranderd moet worden en er weer echte stadsdelen moeten komen. Ik denk dat ik daar straks als ambteloos burger nog wel wat mee ga doen binnen de partij. 

Wat zou je nog willen zeggen? Wat geef je een nieuwe gemeenteraad mee?

Ik wil een lans breken voor slow politics. Rustig aan, ga niet te snel en wil niet teveel tegelijk. Kies heel duidelijk je focus en ga de stad in om met mensen samen te werken aan het beste voorstel. Werk daar dan gerust een tijd aan, maar zorg dat het echt goed is. Dat is zoveel meer waard dan de waan van de dag en het hijgerige willen scoren in de ophef fabriek. Verder zou ik mee willen geven: laat je verrassen door wat mensen zelf meenemen aan ideeën. Zoek het gesprek, ook met mensen die niet blij zijn met wat je doet als partij. Zo had ik iemand die op gesprek kwam omdat hij boos was over het beleid rond mantelzorgers. In dat gesprek kwamen we ook over andere onderwerpen te spreken waar we elkaar heel goed vonden. Dat resulteerde in een gezamenlijk initiatiefvoorstel. 

Op welke drie resultaten ben je het meest trots? 

Dat zijn het netwerk ervaringskennis ANE, de buurtbanen die nu starten en het stadscuratorium dat ik vorige periode initieerde.  

Van welk typisch raads jargon durfde je heel lang niet te vragen wat het betekent? 

Ik hou erg van de bonbons van Puccini, maar wist de eerste tijd echt niet waar dat over ging :-).