Hoe is het om politiek actief te zijn in de wijk waarin je woont? We vroegen het aan Fatin Bouali, stadsdeelcommissielid voor GroenLinks in Amsterdam-Noord. 

Hoe leg je aan je vrienden uit wat je werk als stadsdeelcommissielid inhoudt? 

“Ik noem mezelf buurtpoliticus! Ik ben de ogen en de oren van de buurt en creëer een brug tussen de bewoners de politiek. Zoals bewonersavonden bijwonen en naar de vragen en zorgen luisteren van mensen. Vervolgens kan ik die meenemen in een advies dat we uitbrengen, of we nodigen hen uit om in te spreken tijdens de vergadering van de stadsdeelcommissievergadering en daaruit verder te werken naar een mogelijke oplossing.”

Waar zet jij je voor in? 

“Armoedebestrijding, toegankelijkheid en sociaal domein (onder andere participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd). Ik heb veel contact met buurtorganisaties en buurtbewoners bijvoorbeeld over beleidsstukken die bekend gemaakt zijn en welke rol zij kunnen hebben in de besprekingen. Ik vraag aan hen ook om input voor een mogelijk advies.”

Welke eigenschappen zijn handig voor een stadsdeelcommissielid?  

“Je hoeft geen politieke ervaring te hebben! Een sterke dosis geduld is wel mooi meegenomen. Zeker in moeilijke gesprekken waar je voor lastige keuzes staat omdat je visie verschilt met een groep bewoners die komen inspreken. Je wil namelijk dat zij zich gehoord voelen en ervaren dat je ze serieus neemt. Geduld en compassie zijn daarom nodig in deze functie.

“ ‘Ik noem mezelf buurtpoliticus’ ”

Fatin Bouali Stadsdeelcommissielid voor GroenLinks in Amsterdam-Noord

Sociale vaardigheden zijn sowieso een must, want hoe ga je anders een moeilijk discussie aan? Hoe ga je het debat in en wat zeg je wel en wat zeg je niet? Zo had ik een buurtavond over huisvesting van statushouders in Amsterdam Noord. Dat was een moeilijke avond met veel emoties en verschillende mensen die er allemaal anders in stonden. Van schreeuwende buurtbewoners tot mensen die het juist een goed idee vonden om deze groep een plek in de buurt te geven. Je luistert naar iedereen, ongeacht hoe je er zelf instaat. In mijn ervaring ontvangen bewoners veel misinformatie van anderen, ik probeer zelf het gesprek aan te gaan met de juiste informatie en daarop verder inspelen.”

Hoeveel tijd ben je bezig met de stadsdeelcommissie? 

“Dat varieert. Ik ben per week zeker wel een uur of zeven bezig. Als we op werkbezoek gaan in de buurt is het wat meer.  De buurt in gaan is wat ik het liefst doe: naar een buurthuis, buurtspeeltuin of lokale evenementen gaan en met de buurtgenoten praten. Daarnaast moet je ook veel beleidsstukken lezen. Ik vond dit in het begin heel intimiderend; allemaal nieuwe termen en woorden. Ik was nog maar negentien toen ik stadsdeelcommissielid werd, dus dat was even schrikken. Maar geen zorgen! Je groeit erin en met de tijd. En je zal wel moeten, want voor de vergadering je stukken lezen en je goed voorbereiden, is zeker nodig. Je baseert onder andere je advies hierop, en welke vragen je wil stellen aan het dagelijks bestuur van het stadsdeel.”

Als je terugdenkt aan het afgelopen jaar, wat was voor jou het meest waardevolle moment?

“De solidariteit in de buurt tijdens de coronapandemie. Appgroepjes die gemaakt werden om elkaar te hebben met boodschappen, noem maar op. \We waren net wat closer met elkaar, ondanks de afstand die we moesten houden. Bewoners kwamen ook naar ons als stadsdeelcommissie om hun initiatieven te laten zien of om wat extra hulp te vragen. Als SDC stadsdeelcommissielid hield ik ook een oogje in het zeil voor groepen die juist uit beeld raakten, zoals ouderen die normaal gesproken een kop koffie deden in het buurthuis. We keken wat voor hen mogelijk was.”

Muurschildering in Amsterdam Zuidoost

In Gesprek met Fem Korsten

Hoe is het om politiek actief te zijn in de wijk waarin je woont? We vroegen het aan Fem Korsten, stadsdeelcommissielid voor GroenLinks in Amsterdam-Zuid. 

Hoe leg je aan je vrienden uit wat je werk als stadsdeelcommissielid inhoudt?  

“Het is best vergelijkbaar met een gemeenteraad. Wij denken mee over beleid dat uitgevoerd wordt in het stadsdeel. Ook kijken we naar het stedelijk beleid dat in het stadhuis wordt gemaakt, en of dat wel passend is voor ons stadsdeel en de specifieke problemen en kenmerken van onze bewoners. 

We lezen dus veel ambtelijke stukken, maar het mooie is natuurlijk om ook veel met bewoners in gesprek te gaan en iets te kunnen betekenen voor hen. De stadsdeelcommissie gaat echt over het meest tastbare niveau van politiek, over wat je ziet als je de deur uitstapt, over de hulp die je krijgt als het niet goed met je gaat, over de voorzieningen voor jouw kinderen.

Het charmante van dit lokale niveau is bovendien dat (landelijke) politieke belangen minder spelen, maar dat we echt samen zoeken naar hoe we onze buurten mooier, leuker en socialer kunnen maken.” 

Wat zijn de belangrijkste zaken waar jij je voor inzet?  

“Voor corona ging ik veel naar bewonersavonden, en sprak daar met bewoners, maar ook met organisaties die actief zijn in het stadsdeel. Met corona is het wat lastiger. Ik volg sociale media, maar probeer ook op de plekken waar ik nog wel kan komen, bewoners te spreken. Zoals bijvoorbeeld andere ouders bij de speeltuin, en dan vraag ik gewoon hoe ze het vinden in de buurt.” 

Welke eigenschappen zijn handig voor een stadsdeelcommissielid?  

“Het is vooral handig als je er plezier in hebt om met bewoners in gesprek te gaan en met ze mee te denken over wat er mogelijk is om hun probleem op te lossen, of om hun buurt te verbeteren. Het fijne van GroenLinks is dat er veel GroenLinksers in de stad zijn die je wegwijs kunnen maken, dus je hoeft zeker nog geen politieke achtergrond of ervaring te hebben. We helpen je wel daarmee! 

Goed om te weten is wel dat je veel stukken krijgt om te lezen. Ze zijn niet allemaal toegankelijk geschreven en ze zijn niet allemaal even belangrijk, als je het mij vraagt. Ik vindt zelf dat de toegevoegde waarde van de stadsdeelcommissie vooral zit in het doorgeven van grote signalen in plaats van het aanpassen van bijzinnen, maar je zult er niet aan ontkomen om af en toe een paar uur ambtelijk jargon door te worstelen.” 

Hoeveel tijd kost het per maand, en waar besteed jij die tijd aan?  

“Hoeveel tijd je ermee bezig bent, verschilt per periode en hangt ook af van wat er voor jou mogelijk is. Voor corona besteedde ik gemiddeld 8-12 uur per week aan de stadsdeelcommissie. De helft daarvan waren bewonersavonden, beantwoorden van mail et cetera. Sinds corona heb ik het veel drukker op mijn reguliere werk en is mijn kindje veel meer thuis. Noodgedwongen besteed ik er nu dus minder tijd aan. 

Mijn ervaring is wel dat het vaak hollen of stilstaan is. Soms heb je vier avonden achter elkaar een bewonersavond of vergadering en in het weekend ook nog een bijeenkomst. En dat zijn dan natuurlijk net de weken dat het op je werk ook druk is, en andere weken is het juist rustig.” 

Als je terugdenkt aan het afgelopen jaar, wat was voor jou het meest betekenisvolle moment?

“Het afgelopen jaar was niet mijn favoriete, ik vind digitaal vergaderen gewoon niet zo leuk en mis het contact met bewoners. Maar ik krijg altijd energie van onze fractievergaderingen. Het is heel inspirerend om samen na te denken over hoe we stad waar we zo van houden nog mooier kunnen maken. Ook is het mooi dat het eind vorig jaar is gelukt, dankzij veel inzet van onze fractie in de centrale stad, om het wijkcentrum de Pijp (voorlopig) te behouden.”

Hoe is het om op stadsdeelniveau actief te zijn in de Amsterdamse politiek? We vroegen het aan Micha Mos, Dagelijks Bestuurder in stadsdeel Centrum. Hij was daar van 2010 tot 2018 actief in deelraad en de bestuurscommissie. 

Waarom moeten mensen solliciteren om stadsdeelcommissielid te worden?

“Omdat ze zich willen aan bemoeien tegen de stad! Als je toetreedt tot een stadsdeelcommissie is het vooral belangrijk dat onze stad je aan het hart gaat, en je haar wil verbeteren.”

Hoe is het om politiek actief te zijn op stadsdeelniveau?

“Ik heb een geweldige tijd gehad in de deelraad. De meeste mensen met wie ik werkte, waren ontzettend leuke mensen. Die geweldige tijd kwam natuurlijk (vooral) voort uit het werk. De mensen die ik te spreken kreeg, de veelheid aan onderwerpen die ik langs kreeg - groot en klein - maar ook domweg de mogelijkheid om me uit te kunnen spreken over de richting die het stadsdeel uitging. Je kunt in de stadsdeelcommissie niet de hele wereld veranderen, maar wel een duw geven.”

Wat heeft het jou persoonlijk gebracht? 

 “Zeker binnen, maar ook buiten GroenLinks heb ik vriendschappen gemaakt voor het leven. Ik denk dat ik dat enthousiasme ook wel heb overgebracht; vrienden en familie die hiervoor minder politiek actief waren hebben ook een rol gezocht bijvoorbeeld als organiser, lokaal partijbestuur en als stadsdeelcommissielid.”

Welke eigenschappen zijn handig voor een stadsdeelcommissielid?  

“Je kunt op allerlei manieren een goed commissielid zijn, en politieke ervaring is daar niet bij nodig. Ik denk dat het het meest belangrijk is om benaderbaar te zijn, zelf te gaan kijken, en een open opstelling te hebben - maar je idealen altijd mee te nemen.”

Hoeveel tijd kost het per maand? 

“Ik zou denken een uurtje of 16 per week gemiddeld, maar het verschilt nogal per moment. Grote vergaderingen vreten tijd, ook aan voorbereiding, maar die heb je niet elke week. En als je net begint, kosten zaken je meer tijd. Immers: je leest een stuk voor het eerst: de gemeente schrijft best veel in jargon, wat tijd kost om je eigen te maken. Uiteindelijk verdeel je je tijd misschien wel ongeveer in gelijke delen over vergaderingen, spreken met bewoners, ondernemers, verenigingen, het lezen van stukken en bezoeken van inspraakavonden. Maar het verschilt per persoon!”

Wat was voor jou het meest betekenisvolle moment?

“Er is een aantal momenten geweest waarop ik ruimte voor groen en fietsers en voetgangers heb helpen toevoegen aan het stadsdeel, en die staan mij alle na aan het hart. Maar het belangrijkste is misschien wel geweest dat we als stadsdeelcommissie adviseerden om het doorgaand verkeer over het Muntplein weg te halen. Dat voelde als een waterscheiding in het denken over de plek van de auto in de stad.”