De afgelopen jaren werd het steeds lucratiever om woningen op te kopen, deze te verkameren en voor veel geld te verhuren aan een groep woningdelers zonder dat huurders daarbij normale huurrechten kregen. Je hebt vast wel eens gehoord over de huisjesmelkers die goud geld verdienen door vier studenten voor 700 euro per kamer in een eengezinswoning zetten. Vaak zonder contract of met z’n allen op één contract. Hierdoor kwamen er steeds meer huurders zonder goede rechtspositie te zitten, en raakten sommige buurten uit balans.

Balans zoeken

Daarom hebben we afgelopen jaar drie verbeteringen doorgevoerd; Allereerst kregen huurders de huurrechten waar ze recht op hebben. Bij een nieuwe woningdeelvergunning moet elke bewoner een individueel huurcontract krijgen. Zo kunnen huurders aansprak maken op huurverlaging als ze te veel betalen voor een kamer.

Ten tweede zorgen we dat het wel echt mogelijk is voor verhuurders een woningdeelvergunning te krijgen, door een versoepeling van de geluidsisolatie-eis. Hierdoor kunnen bestaande (nu illegale) woningdeelsituaties gelegaliseerd worden. Woningdelers zorgen namelijk niet per definitie voor meer overlast dan bijvoorbeeld een gezin.

Ten derde is er een maximum aantal vergunningen per buurt van 5% van het aantal grote woningen, zodat we gemengde buurten houden en er genoeg woningen overblijven voor bijvoorbeeld gezinnen.

We zien dat een jaar na invoering van deze maatregelen in sommige wijken het maximum bereikt is en veel bestaande situaties gelegaliseerd zijn. In andere wijken is nog plek voor nieuwe woningdelers. Door de coronamaatregelen heeft het college aangegeven dat er op dit moment lastig te handhaven is, maar dat zodra de regels versoepelen de handhaving weer op volle kracht gaat controleren op huisbazen zich aan de regels houden. We zijn ervan overtuigd dat hiermee een balans is gevonden tussen de grote behoefte aan woonruimte en de leefbaarheid in een buurt.