Zeven lessen uit de Akbarstraat

Met bijna zeventig buurtbewoners, vertegenwoordigers van buurtorganisaties, GroenLinks-leden en lokale politici keken we Terug naar de Akbarstraat, een documentaire over het leven en de veranderingen in de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West in de afgelopen twintig jaar. Na afloop volgde een gesprek over de film en welke lessen we kunnen trekken voor de vernieuwingswijken aan en buiten de ring. Raadslid Dorrit de Jong deelt zeven lessen die ze leerde van de documentaire en van de buurtbewoners.

Dit stuk in 1 minuut:

De avond (6 februari) bracht veel nuttige inzichten op. De belangrijkste les uit de documentaire was wellicht: betrek iedereen. De documentaire vertelt een belangrijk verhaal, maar niet het hele verhaal van de Kolenkitbuurt. Door het gesprek te voeren konden we een aantal heldere conclusies trekken. GroenLinks zal dit gebruiken bij de uitwerking van onze visie op stedelijke ontwikkeling.
Er zijn nu zogenaamde ‘ontwikkelbuurten’. Dat zijn de buurten waar de stad extra in investeert. GroenLinks zal zich ervoor inzetten dat we dit op een goede manier doen. Dat de sociale structuren blijven bestaan en versterkt worden, ook als wordt vernieuwd. Dat ‘oude’ bewoners de kans krijgen om in hun buurt te blijven wonen en hun buurt te maken. Dat er ontmoetingsplekken zijn die alle groepen bewoners aanspreken, zodat we samen kunnen leven in onze stad en in buurten. En dat Amsterdam voor iedereen een thuis kan zijn.

 

Stadsdeelvoorzitter Fenna Ulichki trapte af en vertelde wat er allemaal gebeurt in Bos en Lommer en wat het stadsdeel doet om de Kolenkitbuurt te verbeteren. Het werk van het stadsdeel kwam niet zo sterk naar voren in de film, terwijl er veel gebeurt om de buurt en de menging in deze buurt te versterken.
 

Les 1: blijf elkaar zien als individu

De documentaire liet ook een hoop ongemak zien. De breed gedeelde oproep in de zaal was: blijf elkaar zien als individu. Een van de hoofdrolspelers in de documentaire, de voormalig fotozaakeigenaar André Hammersma, was ook aanwezig bij onze filmavond. Hij zei het heel mooi: “Een mens is als een vingerafdruk, iedereen is uniek. Kijk dus niet naar iemand als lid van een groep, maar zeg gedag en zoek contact.” Dat werd breed gedeeld. Soms werd in de film op negatieve manier gesproken over andere ‘groepen’. Dat werd versterkt door generalisaties en te weinig nauwkeurig taalgebruik: woorden doen ertoe. Zo werd in een film gesproken over ‘Turkse kinderen’ op de Bos en Lommerschool. Daarbij ging er afkeurend geluid door de film. Een kind dat hier geboren is, is een Nederlands kind. Dat moeten we blijven benadrukken, anders worden mensen buitengesloten.
 

Les 2: het belang van zelfreflectie

Heel belangrijk is ook zelfreflectie. We moeten het erkennen als er iets misgaat, want daar leer je van. Een andere belangrijke les uit de film was: bevraag je eigen goede intenties. Het is natuurlijk mooi als mensen dingen goed bedoelen, maar dan ben je er nog niet. Waarom doe je wat je doet en doe je dat op een goede manier?
 

Les 3: betrek iedereen

De belangrijkste les uit de documentaire was daarom wellicht: betrek iedereen. In de film is te zien hoe een ouderinitiatief op een school wordt opgestart door nieuwe bewoners, zonder dat de ouders van kinderen die al op school zitten, daarbij betrokken worden. Er ontstaat geen draagvlak voor het initiatief en mensen voelen zich buitengesloten. Je moet alle mensen betrekken, niet alleen de schooldirecteur zoals in dit voorbeeld. 

Er waren ook enkele moeders van kinderen op de Bos en Lommerschool aanwezig bij de filmavond. Zij gaven aan: we worden nu nog steeds niet goed betrokken bij nieuwe initiatieven. Dus je kunt een goed idee hebben en goede intenties, als je het niet samen met anderen doet, wordt het niet het succes dat je wilt.

 

Les 4: vernieuw veel eerder 

Meer fundamenteel vragen buurten als de Kolenkitbuurt om investeringen in de woningkwaliteit, de openbare ruimte en groen. Dat was te lang niet gedaan in Bos en Lommer, en dat zien we nu ook in bepaalde wijken in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuid-Oost. Een van de conclusies is dan ook: je moet al veel eerder, in een eerdere fase gaan ‘vernieuwen’. De huizen moeten beter worden onderhouden. We moeten niet alles op z’n beloop laten totdat woningen onleefbaar zijn en dan in één keer gaan ‘herontwikkelen’.
 

Les 5: investeer in de sociale structuur 

Ook is het belangrijk te investeren in de sociale structuur in de wijk. Het jongerenwerk en maatschappelijke activiteiten, maar ook het buurthuis kunnen een belangrijke functie vervullen. Het is noodzakelijk dat er ontmoetingsplekken zijn. In de Kolenkitbuurt zijn die voor een groot deel afgebroken toen er stedelijk vernieuwd werd. Daar is nu een grote behoefte aan.

 

Les 6: zorg voor meer ontmoetingsplekken

Buurtbewoners willen elkaar graag vaker en makkelijker ontmoeten. Dat bleek ook al uit de huis-aan-huisgesprekken. De straat, supermarkt, moskee en markt zijn voor de bewoners van de Kolenkit belangrijke plekken om buren te ontmoeten. Een reden voor oude en nieuwe bewoners om geen contact te hebben, is dat zij andere levens leiden. Er wonen steeds meer jonge mensen in de wijk die veel werken en geen tijd hebben voor de buurt. De verschillen in herkomst en afkomst worden in de wijk steeds groter, waardoor mensen elkaar ook minder goed kennen. Er zijn veel groepen in de wijk die onder elkaar blijven. Dat gaat goed, maar maakt dat er weinig contact is tussen groepen. Daarom is het belangrijk dat er meer ontmoetingsplekken komen die diverse groepen aanspreken. 

Er zijn nu wel speelplekken, en een buurthuis waar mensen naartoe kunnen. Vanuit het buurthuis kunnen verschillende lessen, zoals fietsles, worden gevolgd. Verder zijn er te weinig ontmoetingsplekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en is iedereen voorzichtig om het contact met elkaar aan te gaan. 

 

Les 7: mensen voelen zich thuis in hun buurt

Misschien wel de belangrijkste les die werd getrokken, was dat mensen echt gelukkig zijn in hun buurt, ondanks het imago van de buurt, en ondanks dat er misschien dingen misgaan, zoals de film laat zien. De documentaire gaf in die zin een te negatief beeld, aldus de stadsdeelvoorzitter. Dat bleek ook al uit de huis-aan-huisgesprekken die GroenLinksers eerder in februari in de Kolenkit voerden. Redenen om te verhuizen zijn vooral dat men een groter huis wil of - voor ouderen - dat mensen niet meer de trappen op kunnen lopen. De meeste huizen hebben immers geen lift. De reden dat mensen die weg willen, toch niet verhuizen, is doorgaans financieel. Maar de meeste buurtbewoners willen in de wijk blijven wonen. Het is vertrouwd, mensen hebben er hun netwerk. Kortom, ze voelen zich er thuis. 

De filmavond was een initiatief van gemeenteraadslid Dorrit de Jong, stadsdeelcommissielid voor Bos en Lommer Carlo van Munster en stadsdeelcommissielid voor Slotermeer-Geuzenveld Esther Tienstra. Zij nemen de lessen uit de gesprekken na de film en in de wijk mee in hun bijdragen in respectievelijk de gemeenteraad, stadsdeel West en stadsdeel Nieuw-West.