Maximaal 30 dagen per jaar AirBnB: een mooie eerste stap

Amsterdam zet een nieuwe stap naar meer betaalbare stad. Vanaf 1 januari mogen woningen maximaal 30 dagen per jaar verhuurd worden in het kader van vakantieverhuur. Zo hopen we mogen huishoudens hun woning nog maximaal 30 dagen per jaar verhuren. Dat is nu nog 60 dagen. Hiermee gaat een langgekoesterde wens van GroenLinks in vervulling. Het is de eerste concrete maatregel om de stijgende huur- en koopprijzen aan te pakken.

Het leek in 2014 nog zo mooi. Via een website je woning delen met bezoekers die het ‘echte Amsterdam’ wilden beleven en niet slechts vanuit een hotel de toeristische trekpleisters af wilden lopen. Commerciële vakantieverhuur kwam amper voor. Maar onder andere door ontwikkeling van platforms als AirBnB en vooral door illegale hotels nam de vakantieverhuur een grote vlucht. Commerciele uitbaters kaapten de deeleconomie, met verstrekkende gevolgen voor de leefbaarheid in de stad. Sommige wijken worden nu overspoeld door toeristen. Bewonersgroepen klagen al jaren over overlast. Ze weten niet meer wie hun buren zijn en de leefbaarheid van wijken staat onder druk. Dat is niet hoe ik Amsterdam graag zie.

 

Huizen zijn om in te wonen, niet om commercieel te gebruiken. Wonen is geen markt, en zeg nou zelf, hoeveel mensen gaan er echt 60 dagen per jaar op vakantie? Door de vele dagen verhuur worden huurprijzen alleen maar hoger. Buren zien elk weekend  vreemden in het trappenhuis en hebben last van feestende bezoekers.

 

Ik ben dan ook blij dat we dit nu beperken tot 30 dagen per jaar. Maar we weten ook dat dit niet alles oplost: we willen natuurlijk een fijne stad voor alle bewoners én bezoekers. Daarom diende ik eerder samen met onder andere PvdA een motie in om AirBnB helemaal te kunnen verbieden in buurten die echt onleefbaar worden door het vele toerisme.

 

Het inkorten van het aantal dagen vakantieverhuur is wat mij betreft een eerste stap om onze stad betaalbaar te houden. Maar er moet nog veel meer gebeuren om grip te krijgen op de stijgende huren en huizenprijzen die onder druk van beleggers torenhoog worden, en te zorgen dat er meer betaalbare woningen komen.

 

Amsterdam gaat de komende jaren veel bouwen. Met alleen bijbouwen redden we het niet. We moeten ook de grip terugkrijgen op de woningen in onze stad. De komende jaren gaan we veel doen om de prijzengekte te stoppen. We hebben in het coalitieakkoord vastgelegd dat we de komende jaren veel sociale en betaalbare middenhuurwoningen bij gaan bouwen.  Sociale huurwoningen mogen niet meer worden verkocht. Voor bestaande woningen voeren we een verhuurdersvergunning in, zoals bijvoorbeeld in Groningen al is geregeld. Daarmee kunnen we voorkomen dat huisjesmelkers torenhoge huurprijzen vragen aan woningdelers en studenten, en maken we het verkameren van appartmenten minder aantrekkelijk. En het college kijkt nu naar de mogelijkheden om de woonplicht in te voeren: wie een nieuwbouwhuis koopt moet er ook in gaan wonen. Zo voorkomen we dat beleggers huizen opkopen om de prijs vervolgens zo op te drijven dat mensen met midden- of lage inkomens het niet meer kunnen betalen.

 

Al deze dingen zijn helaas niet van de ene op de andere dag geregeld. In 2019 gaan we hard aan de slag om te doen wat nodig is om onze stad toegankelijk te houden voor iedereen, ongeacht je portemonnee. Heb je ideeën over we nog meer moeten doen? Mail me dan op d.de.jong@raad.amsterdam.nl.