Er is de afgelopen weken al veel gezegd en gesproken over de door het college voorgestelde Uitvoeringsstrategie Volkstuinparken. Ik heb de afgelopen twee jaar veel tuinders gesproken en ontmoet in hun tuinen op de parken. Stuk voor stuk zijn het bevlogen en betrokken Amsterdammers die zich inzetten voor de stad en de vereniging. Dat hebben we tijdens de inspreekavond ook gezien. De tuinparken zijn een belangrijk en waardevol onderdeel van Amsterdam. Die willen we graag zoveel mogelijk voor onze stad behouden.

Biodiversiteit en sociale initiatieven
 

Veel tuinders zetten zich in voor biodiversiteit en natuurlijk tuinieren. En voor sociale cohesie. Ontroerend vind ik de vele initiatieven van verbinding, zoals een zorglogeerhuisje op Tuinwijck waar mensen met hun mantelzorger een dag op de tuin kunnen zijn. Een kindercrèche in de zomervakantie en moestuinen van en met de buurtbewoners. Dit is precies wat we moeten behouden en moeten versterken, wat GroenLinks betreft. Daarover heb ik heel veel goede ideeën gehoord van de tuinders.
 

Gezamenlijk blijven tuinieren

Het kloppende hart van de vereniging, de gemeenschap, moet kunnen bestaan. Ook voor mensen met een kleine beurs. Daarvoor is het noodzakelijk dat de tegemoetkomingsregeling voor tuinders zo wordt uitgewerkt dat voor zittende tuinders het mogelijk is en blijft om te tuinieren. Zonder dat dit leidt tot inkomenspolitiek binnen de vereniging, het voeren van een administratie is niet de kern van een vereniging. Het gezamenlijk tuinieren schept een band, de solidariteit en zorg voor elkaar.   

Maatwerk voor de volkstuinen
 

We begrijpen de wensen van het college om de tuinen toegankelijker te maken. Het is goed als de parken kunnen worden bezocht door alle Amsterdammers. Dat daarvoor een deel van de parken niet langer verhuurd wordt en openbaar misschien wordt gemaakt, begrijpen wij. Wel vergt openbaarmaking maatwerk, per tuinpark. Daar moet heel goed naar worden gekeken. Ook naar de veiligheid. Samen met de tuinders. Kan de wethouder daarnaar kijken of maatwerk mogelijk is?

Specialistisch onderhoud

Toegankelijkheid houdt ook direct verband met de wijze van beheer. Voor GroenLinks is het geen  gegeven dat het openbare deel van het tuinpark ook door de gemeente beheerd moet worden. De verenigingen kunnen het onderhoud heel goed zelf doen. Immers, de verenigingen van tuinders hebben de parken aangelegd en onderhouden op een geweldige manier met oog voor de natuur en biodiversiteit. De manier waarop de vereniging de velden, watergangen en bermen onderhoudt is specialistisch en met oog voor detail. Daar kan de gemeentelijke maaimachine die twee keer per jaar langskomt niet tegenop.

Zelfbeheer van de tuinparken

Zelforganisatie is te verkiezen boven gemeentelijke taken, precies zoals we dat voorstaan vanuit democratisering. En waar kan dat nou beter beginnen dan bij het beheer van het groen? Uit de verschillende gesprekken die ik heb gevoerd, met de verenigingen, de tuinders, de Bond (en het plan ‘Een beter alternatief)’, en de vele bezoeken die ik heb gebracht begrijp ik dat tuinders ook graag en met liefde hetzelfbeheer zouden doen van eventuele openbare stukken. Mogelijk dat daarmee een deel van kosten kan worden bespaard, die gebruikt kunnen worden voor een tegemoetkomingsregeling. Kan de wethouder kijken wat daar mogelijk is?

Krappe beurs
 

Laten we de tuinparken een blijvend onderdeel maken van de stad Amsterdam, inclusief en toegankelijk. Zodat tuinders met een krappe beurs kunnen blijven genieten van hun tuin en Amsterdammers rust en ruimte kunnen vinden in het groen. 

                                                                                                         

De ingebrachte punten worden door wethouder Marieke van Doorninck meegenomen in de volgende gesprekken met de tuinders en in de verdere uitwerking van de plannen.