Op 16 maart bracht N. zoals elke maandag zijn kind naar school. Hij kwam voor een dichte deur te staan. Op het schoolplein zag hij geen andere ouders, ook niet nadat hij een half uur had gewacht. De volgende dag kwam hij terug, maar ook toen bleef de deur gesloten. Als kinderen niet naar school gaan, krijgt hij een boete, had hij geleerd op de inburgeringscursus. Waarom deed dan niemand open? Compleet in verwarring belde hij met Stichting Lemat, een stichting die zich inzet voor Eritrese statushouders. Pas toen hoorde hij dat alle scholen in Nederland dicht waren vanwege de COVID-19 pandemie. Doordat hij zelf het Nederlands nog niet goed begreep, wist hij niets van alle maatregelen die eerder door de overheid waren afgekondigd.

Essentiële informatie

Miljoenen Nederlanders kunnen niet goed meedoen in onze maatschappij, omdat ze bepaalde basisvaardigheden missen. We hebben de maatschappij zo ingewikkeld gemaakt dat zij vaak aan de kant blijven staan. Wat houdt laaggeletterdheid nou precies in? Het is een term voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij daardoor ook moeite met het gebruik van een computer of een smartphone.

In Nieuw-West beduidend meer besmettingen’’ luidde een tijd terug de kop in Het Parool. Het blijkt dat het aantal besmettingen in wijken waar veel laaggeletterden wonen, hoger is. Dit kan komen doordat de coronamaatregelen niet begrijpelijk zijn voor deze doelgroep, vertelde Esther van der Vrande, onderwijskundig adviseur bij Stichting Lezen en Schrijven in gesprek met OneWorld. Mensen die niet goed kunnen lezen en schrijven, of het Nederlands niet goed begrijpen, missen essentiële informatie rondom de COVID-19 pandemie. Informatie over hoe je besmetting kunt voorkomen. Informatie over het onderwijs van hun kinderen, zoals bij deze vader. Of informatie over uitkeringen waar je recht op hebt, omdat je inkomen plots weggevallen is. 

“ Als je goed kunt lezen en schrijven besef je niet hoe groot de impact van taal op ons dagelijks leven is  ”

Alleen al in onze stad zijn ruim 100 duizend Amsterdammers laaggeletterd (Gemeente Amsterdam, 2020). Velen van hen zijn niet goed in beeld en komen op verschillende domeinen niet goed mee. Daarom pleit ik voor een systeemverandering. We moeten onze samenleving weer toegankelijk maken voor iedere Amsterdammer. Dat begint ermee dat we vaker stil moeten staan bij de impact die een gebrekkige taalbeheersing heeft op het dagelijks leven. 

Van ouder op kind

Wanneer je goed kunt lezen en schrijven is het lastig voor te stellen hoe groot de impact van taal op ons dagelijks leven is. De verhalen van ex-laaggeletterden maken dat goed invoelbaar. Zo heeft het landelijke gezondheidsexpertisecentrum Pharos een aantal video’s met ervaringsdeskundigen. Die  vertellen bijvoorbeeld dat ze brieven van de gemeente vaak niet goed begrijpen, en daardoor vaak belangrijke informatie missen. Sommigen vertellen hoe hun gezondheid verslechterde omdat ze hun medicijnen verkeerd gebruikten - ze begrepen de bijsluiter niet. Weer anderen belandden in de schulden omdat ze incassobrieven niet konden lezen. Het is maar het topje van de ijsberg. Slechte taalbeheersing heeft impact op je gezondheid, op je financiële zekerheid, en zelfs op de toekomst van je kinderen. Want laaggeletterdheid, zo blijkt, wordt vaak van ouder op kind doorgegeven.

Man leest brief van de gemeente

Brieven van de gemeente

Ook de gemeente is  niet toegankelijk voor iedereen, blijkt uit verhalen van ex-laaggeletterden die moeite hebben met hun weg vinden tot bepaalde gemeentelijke instanties, doordat deze in te moeilijk Nederlands communiceren. Een arts die medische keuringen voor de gemeente uitvoert, bijvoorbeeld om te kijken of mensen in aanmerking komen voor een invalidenparkeerplaats of een wmo-voorziening, vertelde me dat ze geregeld meemaakt dat cliënten als ze binnenkomen vragen naar mevrouw Van Doorn.
In de brij van informatie die in de uitnodigingsbrief staat, herkennen ze enkel het tijdstip en de naam van degene die de brief ondertekent - in dit geval niet de arts, maar de secretaresse. Het is een simpel voorbeeld van hoe gemeentelijke brieven voor veel mensen te moeilijk zijn.

Zorgen over jongeren

Het huidige Amsterdamse beleid richt zich voornamelijk op het verbeteren van het taalniveau van laaggeletterden en nieuwkomers. De kernwaarde dat iedereen het recht heeft om mee te doen vertaalt zich vooral in beleid dat mensen helpt het juiste niveau te bereiken. Dit gaat door middel van allerlei cursussen en scholing. Het is uitermate belangrijk dat dit aanbod er is. Maar het is slechts een deel van de oplossing.

Allereerst wordt slechts een deel van de laaggeletterden hiermee bereikt. Mensen voor wie Nederlands de tweede taal is weten hun weg goed naar cursussen en opleidingen te vinden. Maar een groot deel van de Amsterdamse laaggeletterden heeft het Nederlands als moedertaal. Ze zijn in Nederland opgegroeid en hebben Nederlandstalig onderwijs genoten. Zij worden slecht bereikt. Bijvoorbeeld omdat ze zichzelf niet herkennen als laaggeletterde - de zogenoemde functioneel laaggeletterden - of omdat ze zich schamen voor het feit dat ze niet zo goed kunnen lezen en schrijven. En deze groep neemt alleen maar toe. Steeds meer jongeren hebben moeite met lezen, schrijven en of rekenen. Uit onderzoek van PISA (2019) blijkt dat maar liefst 24% van de jongeren in Nederland onvoldoende leesvaardig is. Een zorgelijke ontwikkeling, omdat de kans op werk of een vervolgopleiding hierdoor enorm daalt.

Aanbod richten op de behoefte

En als mensen dan hun weg naar een cursus vinden, dan komt het nog te vaak voor dat het aangeboden onderwijs niet toegespitst is op hun situatie. Zo sprak ik dit jaar uitvoerig met een vrouw in Amsterdam-Noord, die haar schaamte opzij had gezet en zich aangemeld had voor een taalcursus. Ze wilde dat niet alleen voor zichzelf doen, maar, zo zei ze me: “Ik weet zeker dat ik andere mensen in mijn buurt ervan kan overtuigen om ook hun lezen en schrijven te verbeteren.” De geboren en getogen noorderling werd echter geplaatst in een cursus met deelnemers die het gesproken Nederlands nog niet goed machtig waren. Het zwaartepunt van de lessen lag zo op deze groep, dat het beter lezen en schrijven - wat deze vrouw wilde leren - veel te weinig aan bod kwam. Teleurgesteld haakte ze af. Ik stelde er begin dit jaar schriftelijke vragen over.

Zet mensen niet in de wacht

We moeten toe naar een samenleving die laagdrempeliger wordt voor mensen die de taal minder beheersen. Voor verschillende sectoren, onder andere zorg, onderwijs en werk moet worden nagedacht hoe iedereen mee kan doen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verschillende soorten bijsluiters van medicijnen.  

Hiermee betoog ik niet dat de taalcursussen moeten vervallen. Dit zijn uitstekende manieren om mensen zelfredzamer te maken in deze maatschappij. Maar we moeten ook realistisch zijn. Niet iedereen zal het gewenste taalniveau kunnen bereiken. En ook die mensen hebben gewoon het recht om mee te doen. Bovendien kun je mensen niet in de wacht zetten zolang ze de taal nog leren. Taalcursussen mogen daarom niet de enige sleutel zijn naar meedoen. 

We moeten ons ook inspannen onze samenleving weer toegankelijker en begrijpelijker maken. Ik ga me daar de komende tijd extra hard voor inzetten. Daarom dien ik samen met D66 een motie in waarin we de gemeente oproepen om de laaggeletterdheid in stadsdeel Noord in kaart te brengen en met een actieplan te komen.

Denk mee over oplossingen

Maar hoe we dat het beste kunnen doen, daar ga ik graag met jullie over in gesprek. Een idee is om hulpverleners en ambtenaren te trainen in helder en begrijpelijk communiceren. Een ander idee is dat de gemeente met busjes de wijken in gaat waar veel laaggeletterden wonen, om mensen te informeren over gemeentelijke rechten en plichten die relevant voor hen zijn. 

Dus heb je een suggestie, een idee of een ervaring die je met me wil delen? Stuur me een berichtje via mail of sociale media, en dan maken we een afspraak*. Zodat we Amsterdam weer een stad maken waar iedereen mee kan doen.

*Je vindt mijn contactgegevens op mijn profielpagina