Erfpacht: tijd om het echte probleem op te lossen

Sinds het gemeentebestuur in Amsterdam met haar overstapregeling voor de erfpacht naar buiten kwam, is er een heftige discussie in de stad over waar het heen moet met dit stelsel. Vandaag laat ons raadslid Zeeger Ernsting weten dat ook het nieuwe voorstel van de gemeente de echte problemen niet oplost en bovendien heel veel geld kost. Bovendien wil GroenLinks samen met alle andere oppositiepartijen in de Amsterdamse gemeenteraad een second opinion over de collegevoorstellen.

Voorzitter,

Soms is het nuttig je de vraag te stellen: hoe zijn we hier gekomen? Waarom staan we nu voor deze keuze? En dan moet je een paar stappen afstand nemen en proberen je te herinneren welke weg we met elkaar hebben bewandeld en welke afslagen er genomen zijn. We wilden met de hele raad een probleem oplossen in het huidige erfpachtstelsel: de hoge canonsprong aan het einde van een tijdvak. Dat was het probleem en daarvoor moest een oplossing komen. Nogmaals: de HELE gemeenteraad wilde dit probleem oplossen.

D66 en VVD wilden onder invloed van de verkiezingen van 2014 echter het erfpachtstelsel in zijn geheel afschaffen en de Amsterdamse grond verkopen. Zij dachten dat dat een oplossing was, maar werden daarbij gedreven door een tunnelvisie. Want het is geen oplossing. Dat blijkt wel uit alle woedende reacties van de afgelopen maanden. Het is alsof je tegen een huurder die de huurverhoging niet kan betalen zegt: maar dan koop je toch gewoon je woning? Alsof je als Marie-Antoinette tegen een 18e eeuwse Fransman die nu geen geld heeft voor brood zegt: maar meneer, dan koopt u toch een taartje?

Mijn hoofdverwijt aan de coalitie is dus dat zij niet eerlijk en open op zoek zijn gegaan naar een oplossing voor een werkelijk probleem, maar zich hebben laten drijven door de ideologie van het private eigendom. En ze wisten van te voren dat dat private eigendom duur zou worden. Te duur voor veel mensen. Tunnelvisie. Liberale taartjes.

Ik was vorige week bij de demonstratie van de boze erfpachters. Ik was het niet altijd met hun eens. Een huis is in eerste plaats om in te wonen, niet een object voor vermogensopbouw of winstmaximalisatie. Eigen woningbezit als middel voor vermogensopbouw is een neoliberaal idee uit de jaren ’80, is risicovol - zie de kredietcrisis van 2008 - maar kan ook ongelijkheid in de hand werken. In toenemende mate zie je een klasse van woningbezitters en een klasse van huurders. Die klassen groeien uit elkaar. Dat gaat over vermogen dat ‘vanzelf’ groeit - of dat nou nog vast zit in stenen of niet. Erfpacht was daar ook een correctie op.

Ik maak me dan ook in toenemende mate zorgen over de effecten van eeuwigdurende erfpacht op de aantrekkelijkheid van woningen als investeringsobject en wat dat voor invloed heeft op de woningprijzen op de middellange termijn. En wat dat betekent voor de Amsterdamse woningmarkt in bredere zin. We hebben daar als raad volstrekt onvoldoende beeld van op dit moment en dat zou wat mij betreft alsnog onderzocht moeten worden.

Maar ik hoorde bij de demonstratie ook een andere, bijna terloopse, zin van Jan Schrijver die de kern wat mij betreft raakt. Hij zei zoiets als: “Hoe kun je nou als overheid verwachten dat een gewone burger met een gelijkblijvend salaris of pensioen in een exploderende huizenmarkt opeens een exploderende canon kan betalen?” Dat was dus het probleem dat opgelost moest worden, weet u nog? Betaalbaarheid bij het einde van een tijdvak. Maar nu lijkt dat probleem eerder versterkt.

Hoe zijn we hier gekomen? D66 won in 2014 de verkiezingen. Zij wilden heel graag met de VVD de weg van het taartje van Marie Antoinette bewandelen en uit de onderhandelingen met een derde partij, de SP, kwam de eeuwigdurende erfpacht. Economisch hetzelfde als verkoop. Er kwam een coalitieakkoord. VVD en D66 juichten het hardst. Er kwam een startdocument. Er kwam een Grondwaardecommissie die de methode schetste voor een prijsbepaling. Toen gebeurde er iets geks: de besluitvorming werd uit elkaar getrokken. Eerst de stelselwijziging, maar nog zonder overstapregeling voor bestaande erfpachters. De overstapregeling zou dan een paar maanden later volgen. Ik heb daar vorig jaar schande van gesproken, want de raad kon in het geheel nog niet overzien wat er nog aan zat te komen en nam dus een onzorgvuldig besluit. De coalitie en het CDA stemden toch voor. Ik vroeg de VVD toen of ze blij waren: ja heel erg blij.

Ik vraag me nu af wat er van die blijdschap over is. Het waren de afgelopen maanden geen vrolijke taferelen in ieder geval. Duizenden reacties, woedende demonstranten, verhitte zaaltjes, lange krantenartikelen, twitterbombardementen, etcetera. Vooral in het gegoede Zuid - waar de prijzen het hoogst zijn – was het verzet groot, maar ook uit IJburg, Zuidoost en West was er protest. Dat heeft geleid tot een aantal aanpassingen ten opzichte van het eerdere collegebesluit. Flinke aanpassingen. Kortingen, aftoppingen, BSQ-berekeningen.

De eerste indruk die dat opwekt is die van paniekvoetbal. En als je in paniek voetbalt, gaat de bal vaak alle kanten op. In willekeurige richtingen. Sommige erfpachters hebben een uitslag uit de rekentool die nog maar minder dan de helft is dan uit de vorige rekentool. Het college pocht met de uitkomst van Rebel dat er maar liefst 3,2 miljard euro aan de gemeenschap wordt onthouden. En de SEBA en VEH zijn onverminderd woedend. En mensen met een gewoon salaris of pensioen, maar die in dure wijken wonen, blijven zitten met een betaalbaarheidsprobleem. Ook al is op papier hun erfpachtrecht inderdaad veel geld waard. Dit probleem wilden we oplossen, weet u nog?

Ik waarschuwde een jaar geleden voor een race to the bottom op gebied van kortingen richting de verkiezingen van 2018. En dat lijkt ook in gang gezet. De uitkomsten nu zijn dan ook willekeurig: 25% korting is bij de een enorm lager bedrag dan bij de ander. Kortingen zijn geen oplossingen voor systeemfouten. Kortingen zijn geen oplossingen voor rechtse tunnelvisie. Kortingen zijn geen oplossingen voor vastgelopen wethouders. Maar het belangrijkste is dat dit alles gewoon slecht is voor de stad.

En wat gaat er nu gebeuren? Ik zie voor me dat straks na veel rumoer, de coalitie voor stemt, de oppositie tegen, dat er een referendumaanvraag ligt en dat dit laatste feit sowieso al een opschortende werking heeft op het genomen besluit. Dat betekent dat het hele vraagstuk een rol zal spelen bij de verkiezingen, bij de formatie van een nieuw bestuur en bij een nieuw college. Dat maakt dat deze coalitie eigenlijk gefaald heeft in haar zelfverkozen opdracht én belangrijker: heeft gefaald in het oplossen van een reëel bestaand probleem. Dat zat er vanaf het begin al in, want al bij de eerste splitsing werd de verkeerde weg ingeslagen.