Gisteren hield de raad een hoorzitting met de experts en betrokkenen over de rol van beleggers op de Amsterdamse woningmarkt. Er is de laatste tijd veel te doen geweest over de ‘vastgoedprins’ en de wijze waarop particuliere woningeigenaren en beleggers met huurders omgaan. De vraag voor de avond was dan ook: is het nou erg dat een aantal particulieren woningen kopen om te verhuren? En zo ja, wat kun je er aan doen?
Zoals altijd is het antwoord ingewikkelder dan je vooraf denkt: ja, er is een groot disfunctioneren van de woningmarkt in Amsterdam. Prijzen in de koopmarkt en in de geliberaliseerde huurmarkt rijzen de pan uit. De stad dreigt ontoegankelijk te worden voor grote groepen mensen en dat zet de ‘emancipatiemachine’ onder grote druk. Maar dat ligt lang niet alleen aan particuliere beleggers. Waar ligt het dan wel aan? Daar werden de experts het niet over eens. Volgens de een was er te veel markt, volgens de andere juist te weinig.
Wat wel duidelijk werd, is dat bij beleggers het belangrijkste criterium natuurlijk het financiële rendement is. Dat verschilt wel iets bij een institutionele belegger en bij een kleine particuliere belegger, maar ook weer niet heel erg veel. Ook institutioneel belegger als een Bouwinvest verhoogt bijvoorbeeld huurprijzen van een middensegment naar een duur segment. Ondertussen hebben huurders het door een terugtredende overheid steeds zwaarder gekregen en is Amsterdam steeds populairder geworden. Het is kortom een perfect storm van verschillende marktkrachten.
Wat is dan een oplossing? Cody Hochstenbach van de UvA legde uit dat je symptoombestrijding kan doen. Je zou bijvoorbeeld een overdrachtsbelasting kunnen invoeren, zodat speculatie wordt tegengegaan, of een woonplicht. Wat de kwaal daarentegen zou aanpakken is een actieve overheid die de markt aan banden legt met een brede gereguleerde of sociale sector met maximale huren die de betaalbaarheid garanderen. Ook beleggers zeggen overigens voor het middensegment best afspraken te willen maken over maximale huren. Maar de vraag is dan wat daar tegenover moet staan, zoals een korting op grondprijzen. De opgave van ons is dus deze afwegingen in het algemeen belang te maken en te zorgen voor de beste stad: duurzaam, betaalbaar en toegankelijk.