Zeeger blogt: geef de voetganger de ruimte

We hebben in toenemende mate een probleem in de openbare ruimte. Dat geldt met name in binnenstedelijke gebieden. Hier is de ruimte krap en wonen mensen het dichtst op elkaar. De behoefte van mensen aan die ruimte verandert ook. In toenemende mate concurreren fietsende mensen, lopende mensen en terraszittende mensen met elkaar in de beperkte ruimte die hen is toebedeeld. En dat terwijl de auto nog verreweg de meeste ruimte inneemt. Vandaag werd er in de commissie over deze zaken gesproken.

Alleen al in het centrum neemt de geparkeerde auto op straat tot 40% van de wegruimte in. Dat is onvoorstelbaar veel. Kijk maar eens goed in smalle straten in de oude wijken en langs de grachten hoe dominant die auto nog steeds is. Als je de wegvakken erbij neemt is tot 70% van de ruimte gereserveerd voor auto’s. En dat vindt GroenLinks niet acceptabel.

Het eigenaardige is: veel van die dingen ziet het College ook, maar het College durft dan nog niet de stappen te zetten die bij die analyse horen. Ook het College schrijft dat mensen in toenemende mate behoefte hebben aan ruimte en dat voetgangers en fietsers op nummer 1 staan in het binnenstedelijk gebied. Het is ook niet toevallig dat het College en GroenLinks dezelfde succesvolle voorbeelden laten zien, zoals de Plantage Middenlaan, de Munt en de Oude Turfmarkt. Plekken waar de auto soms geheel, soms grotendeels, in de ban is gedaan voor meer ruimte voor mensen en groen. Het is dus zaak die lijn door te trekken. En dat is wat het College niet doet.

In de nota Amsterdam aan onze Voeten geeft GroenLinks een analyse van dit probleem. In een stad hoort de mens centraal te staan. Die centrale plaats hadden we ook eeuwenlang in Amsterdam, maar is ons in de tweede helft van de vorige eeuw ontnomen ten faveure van het autoverkeer. Pas in de jaren ’70 kwam er een kentering op gang onder invloed van burgerbewegingen die de leefbare stad terug wilden. En er is ook wel wat gebeurd. Maar wat toen nog niemand had voorzien, wordt nu steeds duidelijker en is voor de stad revolutionair geweest: de stad is herontdekt als woon- en leefmilieu. Steeds meer mensen, steeds meer gezinnen, willen juist in steden wonen. Het is dus absoluut noodzakelijk om nu al strategieën te bedenken waarmee er minder auto’s in de stad zijn. Het College doet dat nu zelf al voor nieuwbouw. Maar ook voor de bestaande stad is dit noodzakelijk. Dit betekent dat er minder bezoekers met de auto de stad in moeten komen en dat het bezit en gebruik van personenauto’s van bewoners omlaag gaat. En dat betekent: minder parkeervergunningen uitdelen, minder parkeerplaatsen op straat.

In onze nota doen we maar liefst 26 voorstellen waar we mee aan de slag kunnen voor een stad waar de mens centraal staat. Dat gaat overigens niet alleen over auto’s, maar ook over fietsers, obstakels, terrassen, enzovoorts. Echter, het autoverkeer komt er wel het vaakst in voor. En ja, het is ook een integrale opgave: fietsbeleid en OV-beleid heeft enorm veel samenhang met de voetgangers en het streven naar een mens-georiënteerde stad. GroenLinks zal zich daar de komende jaren op blijven inzetten.

In de commissiebehandeling was bij andere partijen veel bijval voor de intenties van de nota. Het College komt met een schriftelijke reactie op de nota.