Hieronder zijn de vragen te lezen die Judith Sargentini aan wethouder Oudkerk stelde.
Aan het College van Burgemeester en Wethouders te Amsterdam
Het raadslid Sargentini richt, op grond van art. 18 van het Reglement van Orde voor de Gemeenteraad, de volgende schriftelijke vragen tot het College van Burgemeester en Wethouders:
Inleiding.
Per 1 januari 2003 heeft het rijk de legeskosten voor de afgifte van reguliere verblijfsvergunningen voor migranten van buiten de Europese Unie, met uitzondering van asielzoekers, de tweede maal binnen een jaar verhoogd. Kostte een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op 1 januari 2002 nog 226.89 euro, nu kost die 890 euro. Een eerste verblijfsvergunning voor mensen van 12 jaar en ouder kostte op 01/01/2002 56.72 euro en nu 430 euro. Voor kinderen onder de twaalf jaar steeg dit van 56.72 euro naar 430 euro. Verlengingen van vergunningen voor bepaalde tijd waren voorheen gratis, maar kosten nu 285 euro per keer per persoon. Dit gaat flink in de papieren lopen. Een verlenging van een vergunning voor bepaalde tijd voor een gezin van vier personen loopt op tot 1140 euro. Ter vergelijking: het nettominimumloon beslaat 1028 euro per maand en een bijstandsuitkering met maximale gemeentelijke toeslag voor een gezin is 1047.03 euro. De nieuwe legeskosten zijn voor mensen op en rond het bestaansminimum niet op te brengen. Mensen moeten zich in de schulden steken of zien er in het ergste geval van af om de vergunning te verlengen, met als risico dat zij illegaal worden verklaard. Op deze manier brengen rijksregels inwoners van onze stad in financiële nood. Geld dat uitgegeven moet worden aan leges kan niet meer gebruikt worden voor de huur en andere levensbehoeften. Die hulpvraag komt dan op een ander moment wel bij de sociale dienst terecht. Ook illegaal geworden Amsterdammers blijven een beroep doen op gemeentelijke diensten.
De hoogte van deze leges staan in geen verhouding tot de gevraagde leges in de ons omringende landen en lijkt niet gebaseerd te zijn op werkelijk gemaakte kosten. Tijdelijke migranten zoals studenten, hoogleraren en dergelijke hebben hier ook mee te maken.
Op grond van vorenstaande heeft vragenstelster de volgende vragen:
1. Kent het College van Burgemeester en Wethouders gevallen van individuen of gezinnen die voor financiële bijstand voor het betalen van de leges voor de verblijfsvergunningen bij de gemeente of bij andere Amsterdamse instellingen hebben aangeklopt?
2. Kan men in Amsterdam voor deze legeskosten een beroep doen op de bijzondere bijstand of andere subsidies?
3. Zo ja, is dit al gebeurd en is dit een eenmalige bijdrage of kan er bij een volgende verlenging opnieuw een beroep gedaan worden op deze fondsen?
4. Zo nee, wat is de reden van deze afwijzingen?
5. Is het College van Burgemeester en Wethouders bereid er bij het Rijk op aan te dringen de verhoging van de legeskosten ongedaan te maken?
Het lid van de Gemeenteraad, Judith Sargentini