Voorstel nationaal slavernijmuseum unaniem aangenomen

Gisteren stemde de Amsterdamse gemeenteraad over het initiatiefvoorstel voor een nationaal slavernijmuseum van ons raadslid Simion Blom, Nelly Duijndam (SP) en Sofyan Mbarki (PvdA). Unaniem werd de wens uit gesproken voor zo'n museum en met het voorstel wordt nu werk gemaakt van een onderzoek die de verschillende mogelijkheden moet bekijken. Simion gaf een persoonlijke en aangrijpende bijdrage tijdens het raadsdebat. Lees hieronder zijn hele spreektekst. 

 

Voorzitter, 

De 46-jarige Coffie, de tot slaafgemaakte Afrikaan, verrichtte slavenarbeid op katoenplantage Sarah Leasowes in het district Coronie. De plantage ligt nog steeds aan de Surinaamse kust. Coffie werd op 1 juli 1863 Nederlandse staatsburger en kreeg de naam Andreas Samuel Blom opgelegd van de ambtenaar die de plantage opzocht in de vooravond van de afschaffing van de slavernij. Die ambtenaar moest berekenen hoeveel gulden de slaveneigenaren zouden krijgen aangezien zij 300 gulden per vrijgemaakte slaaf ontvingen van de staat. De ex-slaven werd vooral op het hart gedrukt goede christenen te zijn, Koning Willem dankbaar te zijn, geen onrust te veroorzaken en 1 juli 1863 te bezinnen in de kerk. Andreas Samuel Blom is mijn stamvader, want verder dan dat is het niet mogelijk om verdere voorouders na te gaan.

Zoals het de vele ex-slaven en later Nederlandse burgers afging in die tijd, werden ze gedoopt tot de Evangelische Broedergemeente, de Afrikaanse Winti-religie werd gedemoniseerd, en moesten de kinderen verplicht naar school. Het algemeen onderwijs in Suriname werd eerder ingevoerd dan in Nederland. Het was bij uitstek een instrument om de ex-slaven te de-afrikaniseren middels de taal- en cultuurpolitiek en om hen tot christelijke Nederlanders te maken. Een politiek waar in ieder geval mijn familie tot op de dag van vandaag de effecten op een pijnlijke manier van ervaart.

Allemaal wel erg interessant, maar wat betekent dat voor ons vandaag de dag? De Nederlandse welvaart, rijkdom en de grachtengordel heeft zich deels kunnen ontwikkelen door koloniale roof en slavernij. De aanwezigheid van Amsterdammers met een Caribisch achtergrond en de multiculturele samenleving verplichten ons nu echt om het totale verhaal te vertellen. Het verhaal wat tot nu toe eenzijdig verteld wordt en onderbelicht is. Dit initiatiefvoorstel is bedoeld om het hele verhaal te vertellen, want ook ik ben Nederland. En mijn geschiedenis is de geschiedenis die wij delen. De slavernijgeschiedenis staat centraal in de Nederlandse historie. Het openlijk benaderen van de geschiedenis werkt door op de Amsterdamse identiteit en is tevens een investering in de waardigheid en volwassenheid van Amsterdam en Amsterdammers.

En ja, een heldere kijk op de geschiedenis kan ons ongemakkelijk maken. Maar juist vanwege dat ongemak leren we en groeien en gebruiken we onze collectieve kracht om deze samenleving beter te maken. Dat is het verhaal wat een slavernijmuseum moet vertellen - een verhaal van lijden, onmenselijkheid, angst maar ook van hoop, verandering en gelijkwaardigheid.

Het slavernijmuseum gaat om erkenning, verzoening en respect, juist ook vanwege de effecten die het tegenwoordig met zich meedraagt. Denk maar aan bestaand racisme. Racisme die in de slavernij en het koloniaal verleden werden geïnstitutionaliseerd, de mondiale ongelijkheid tussen rijke en arme landen, westerse en niet-westerse landen. Maar met name ook de effecten die het nu nog heeft in Afro-Amerikaanse en Caribische culturen. En het ontwrichtend effect op Afrikaanse beschavingen. Vandaag de dag leven er nog steeds mensen in systemen van slavernij. Wereldwijd. Ook Afrikanen. Afrikanen die voor een beter bestaan migreren naar Europa, maar te maken krijgen met de werkelijkheid van deze wereld die wel etnisch-hiërarchisch is ingericht. Zij krijgen als vluchteling te maken met racistische anti-zwart omstandigheden die een voedingsbodem creëren om hen als Afrikaanse vluchteling tot slavernij, onderdrukking, uitbuiting en mishandeling te drijven. We kennen allemaal de beelden uit Libië. Niet iets nieuws, maar in de context van sommige Arabische samenlevingen, ook niet toevallig dat het Afrikanen waren.

Er is onder Amsterdammers, en Nederlanders in het algemeen, nog te weinig bewustzijn van deze geschiedenis en hoe het tot huidige waardeoordelen, vooroordelen en uitsluiting heeft geleid. Juist daarom ben ik vastbesloten dat mensen zich de kracht en de moed van de tot slaaf gemaakte Afrikanen zullen herinneren. We zullen het onthouden. We zullen leren. En we zullen respecteren.**

Door middel van onderwijs zullen we het racisme bestrijden dat Andreas Samuel Blom tot slaaf heeft gemaakt. En vandaag de dag nog steeds tot slavernij drijft. Door educatie zullen we etnische harmonie bevorderen.

Door middel van onderwijs zullen we onze jonge mensen aanmoedigen om te vechten voor vrijheid en gelijkheid, niet voor de weinigen, maar voor iedereen. Want een volk dat zijn geschiedenis ontkent is een volk zonder waardigheid. Zij die het verleden niet bestuderen, zullen manieren vinden om te dwalen.

En juist daarom hoop ik van harte dat een museum uiteindelijk bijdraagt aan een trotse, volwassen, zelfbewuste en verzoenende samenleving. Een samenleving waarin vrijheid, solidariteit en gelijkwaardige behandeling nog meer tot de kern van onze samenleving gaan behoren.

**Sommige delen uit de tekst zijn geïnspireerd op President Obama bij de opening van de New African-American museum