Touria Meliani: 'Wij zijn de partij van outsiders die naar binnen willen'

Omdat we radicale verandering willen eisen we een plek aan de tafel van de macht, zei wethouder Touria Meliani op het partijcongres van 16 februari. We hebben haar speech hieronder gepubliceerd, zodat je hem kunt teruglezen. 

Dit voelt een beetje surreëel. Dit is mijn eerste GroenLinks-congres en daar bedoel ik echt mee, mijn allereerste GroenLinks-congres. En dan ga ik de eerste keer meteen speechen als wethouder van de grootste stad van Nederland. Ik lijk wel gek en toch voelt het goed. Hoewel ik een beetje een new kid on the block ben, ken ik jullie — althans jullie politieke idealen — al heel lang. Dit voelt daarom toch wel een beetje als politiek thuiskomen. Ik wil jullie bedanken voor de gastvrijheid

Het is extra mooi dat ik hier sta aan het einde van wat in Amsterdam een bijzondere week was. De Amsterdamse gemeenteraad stemde in met een Klimaatfonds van 150 miljoen euro. Mijn collega wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Marieke van Doorninck zegt erover: "In plaats van mensen bang te maken hebben we geld vrijgemaakt om Amsterdammers mee te laten doen in de energietransitie."

En in plaats van onze ogen te sluiten vangen wij per 1 maart ongedocumenteerden op in de 24-uursopvang. We geven ze perspectief. Het is een belangrijke verkiezingsbelofte die Rutger Groot Wassink binnen een jaar heeft weten te regelen. Hij bedacht het plan, de VVD-staatsecretaris betaalt het. En gisteren kopte onze plaatselijke krant, waar ik persoonlijk ook heel blij mee ben: "Einde aan flexwerk: Gemeente Amsterdam wil meer mensen in vaste dienst." Niet gek, toch?

Kunst en cultuur

Ik ben Touria Meliani, geboren in Debdou in Marokko. Op mijn zesde verhuisde ik naar een dorp in de Achterhoek. In een gezin met een alleenstaande moeder met zes kinderen — mijn vader ging terug naar Marokko en mijn moeder bleef hier. Ik heb al van jongs af aan geleerd dat mijn aanwezigheid niet altijd vanzelfsprekend werd gevonden. Dat ervaar ik tot op de dag van vandaag.

Een eigen plek in huis was er niet. Wel was er een bibliotheek in het dorp, waar mijn zussen uren gingen zitten lezen. Ik niet, ik liep er graag rond maar ik moest er wel stil zijn.

Mijn zus wilde naar de Kunstacademie, ze had ervoor gevochten. Door haar ging ik naar tentoonstellingen en koos ik ervoor om te werken in de wereld van kunst en cultuur.

Ontmoeten

Mijn achtergrond en ervaring deel ik met veel jonge Amsterdammers. Ik heb er mijn werk van gemaakt om kunst toegankelijk te maken voor kinderen. Voor jonge creatieve makers uit verschillende wijken. De onderwerpen, het canon, het repertoire dat bepalen ze zelf. Ik ben in de kunst en cultuur gaan werken omdat ik weet dat er veel kinderen zijn die geen kaartje kunnen betalen voor een evenement. Ik ben dit werk gaan doen omdat ik wist dat er veel werelden zijn die elkaar nooit zouden ontmoeten — en dat mensen uit de ene wereld, de geschiedenis van mensen uit een andere wereld niet kennen. Ik wilde een plek bouwen waar iedereen zich zou thuisvoelen. Een plek die de stad Amsterdam weerspiegelt.

Er was een ding dat ik niet deed tijdens mijn periode als directeur van een cultuurpodium, dat was praten over mijn eigen culturele identiteit. Omdat ik niet wenste te worden aangesproken op dat ene deel van mij. Niet nodig, zei ik. Maar de echte reden was dat ik me niet veilig voelde. De opmerking die volgde was ‘je bent onzichtbaar’. Totdat ik interviews deed die gingen over mijn culturele identiteit. En daarmee stelde ik mensen gerust. Ze konden me weer plaatsen.

Er zijn mensen die als ze een vrouw als ik zien automatisch denken aan ‘de emancipatie van migrantenvrouwen'. Mensen die mij zien als ‘een rolmodel’ voor migranten in een achterstandspositie. En mensen die opmerkingen maken zoals: ‘Kijk die Touria eens. In Nederland kun je het ver schoppen waar je ook vandaan komt'. Er zijn nog steeds mensen die als ik het woord neem stiekem zitten te wachten op een verhaal over het overwinnen van tegenslagen, over migratie en armoede, over racisme en seksisme. Misschien zitten die ook hier in de zaal? Ik begrijp ook wel dat mensen daarop wachten. En laten we wel wezen, het is nou ook weer niet heel gewoon om zonder enige politieke ervaring wethouder te worden van Amsterdam.

Outsiders die naar binnen willen

Ik moet ook dit zeggen: het is slechts één deel van het verhaal, een stukje van mij. Het andere deel van het verhaal is dat er veel meer vrouwen zijn zoals ik, die alles kunnen wat ik kan en veel meer, die alles kunnen wat onze andere wethouders, burgemeesters en politici kunnen. Die alle kwaliteiten bezitten die nodig zijn, maar die niet aan tafel zitten. Niet in de politiek, niet in de media, niet in het onderwijs, niet in de zorg, niet in de kunst en cultuur, niet in de rechtspraak en ga zo maar door. Het kan jullie niet ontgaan zijn dat die mensen nu overal kloppen aan deuren. En dan is het belangrijk ze niet alleen te vragen om hun denkwijze en om inspiratie op te doen. Laat ze binnenkomen. Ze willen meepraten. Ze willen meebeslissen, het gaat om de plek aan tafel. Ze eisen een plek aan tafel.

Net als GroenLinks, Lieve partijgenoten, Net als GroenLinks. Wij zijn de partij van outsiders die naar binnen willen. Omdat we ideeën hebben. Ideeën voor verandering. Radicale verandering. Wij GroenLinksers kloppen — net als veel minderheden, net als mensen met schulden, net als mensen die ziek zijn, net als mensen die zorgen hebben over het klimaat — aan de deur van de macht, omdat we het anders willen doen. Eerlijker, beter, toekomstgerichter.

En dan ga ik toch over identiteit hebben. Ik geloof dat je moet weten wie je bent en wat je wil, dat is het hart van politiek en daarom doe ik dit werk. Wij GroenLinksers weten wie we zijn, en wij weten wat we willen. Voor Amsterdam, voor Nederland, voor de wereld.