De afgelopen raadsperiode is snel gegaan en er is veel gebeurd.
Niet alleen in de raad en in college,
maar ook met ons, als individuen.
En er is vooral veel gebeurd met de stad.
Voorzitter, een stad is op zich zelf een interessant gegeven.
In tal van opzichten: historisch, sociologisch, planologisch, economisch en ga zo maar door.
Dat wij in steden samen ging klitten is een beslissend proces in de menselijke geschiedenis geweest.
Er konden zaken als wetenschap en religie (al had dat laatste van overigens van mij niet gehoeven) maar ook bijvoorbeeld iets cruciaals als arbeidsdeling ontstaan.
Steden waren en zijn katalysatoren van innovatie, emancipatie en verandering.
En de essentie van de stad is dat het een gezamenlijk project is, van iedereen die er woont.
Het is -hoe dan ook- altijd de verdienste van samenwerking, van collectiviteit.
Voorzitter, ik moest denken aan de oude Romeinen die geloofden in de Genius Loci, de beschermende geest van een gebied of stad.
Maar eigenlijk staat deze geest ook voor de specifieke cultuur, de eigenheid van iets.
De vraag is natuurlijk wat de geest van Amsterdam is.
Voor mij is Amsterdam: vrijheid, emancipatie en omkijken naar elkaar. Solidariteit zo u wil.
Allen verschillend maar nog altijd gelijk.
Maar de vraag is zo langzamerhand gerechtvaardigd of deze geest hier nog wel huist.
Of dat de nieuwe eigenheid van Amsterdam door een andere entiteit beter wordt belichaamt.
Ik heb dit college eerder beticht de mammon, de geldgod te aanbidden.
En ook in de voorjaarsnota zie ik dat terug: want waarom streeft het college naar een uitbreiding van het aantal congresbezoekers?
Er zijn onmiskenbare ontwikkelingen die de aard en de essentie van de stad bedreigen.
Zo is er de vercommercialisering van Amsterdam, of de economisering zo u wilt.
Waarmee de stad tot productiemiddel wordt teruggebracht, waar zo ongeveer elke vierkante centimeter te gelde wordt gemaakt.
Want een hotel op een begraafplaats?
Dat moet toch kunnen?
Dat is klaarblijkelijk ondernemerschap.
Waar vervreemding waarschijnlijk weer perceptie zal zijn, ook al luidden bewoners de noodklok over die ons massaconsumptie en monocultuur door de strot willen duwen.
Die vercommercialisering jaagt de huizenprijzen op, drukt sociale huurwoningen weg en zet daarmee groepen uit elkaar en bevordert het tweede, wellicht nog zorgwekkendere probleem: de als maar groeiende ongelijkheid.
Socioloog Saskia Sassen betoogt dat inwoners van een stad niet gelijkelijk van het succes van de stad profiteren en dat de huidige urbane ontwikkelingen met een grote instroom van veelverdieners ongelijkheid juist doet toenemen.
Een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving waarin onze stad beschreven wordt geeft Sassen gelijk.
De ongedeelde stad – die wij allen zo graag bezingen- bestaat op tal van plekken niet meer.
Sociaal, cultureel en economisch raakt de stad gespleten.
De kloof tussen arm en rijk, laag- en hoogopgeleiden, werkenden en inactieven verdiept zich.
En toont zich in toegang tot: zorg, tot een woning, tot mobiliteit, tot onderwijs en misschien wel vooral in de kans op sociale stijging.
We worden een gesegregeerde stad van winnaars en verliezers.
En die tegenstelling, dat conflict, die klassenstrijd
polariseert, verdeelt en desintegreert.
Als de emancipatie stokt en groepen zich in zichzelf terugtrekken, omdat we elkaar niet meer op school zien, of op het werk, in het park op de markt of het café.
Als we elkaar niet meer ontmoeten, als er niet meer een logisch en vanzelfsprekend samen meer is, dan gaat de stad kapot.
Deze evidente ontwikkelingen roepen vragen op over de verhouding tussen mens, markt en overheid.
En als bestuur van deze stad is wat mij betreft de belangrijkste vraag: wat je kunt doen om de vercommercialisering van de stad en de ongelijkheid te keren?
En of je iets doet en wat dan hangt natuurlijk af van de mate waarin het geschetste problematisch vindt en of er politieke wil bestaat het over een andere boeg te gooien.
Voorzitter,
In dit licht is het interessant nog eens te kijken naar het coalitieakkoord.
Het begint al met de titel: Amsterdam is van iedereen
Is dat eigenlijk wel zo?
Is Amsterdam van iedereen?
Of is iedereen van Amsterdam?
Dat maakt nog al verschil.
Want je kunt op papier Amsterdammer zijn maar is de stad ook van jou als je een marginaal bestaan leidt?
Laten we kijken wat het huidige college eigenlijk gedaan heeft.
Nee, ik ga geen rapportcijfers uitdelen.
Ik weet hoe het is om publiekelijk een onvoldoende om je oren te krijgen, dat had ik ook op de mavo.
Maar laten we nu eens kijken naar wat grote thema's.
- Er is hysterie op de koopmarkt. Een kwart van de huizen wordt zonder voorwaarden verkocht. De sociale huursector krimpt fors. Zo zeer dat het gerechtvaardigd zou zijn de samenwerkingsafspraken met corporaties en huurders open te breken. Omdat de kernvoorraad onder druk staat Er zijn buurten waar menging uit beeld dreigt raakt Waar minder dan 30% nog sociale huur is. En Airbnb? tja, daar hebben we dan een overeenkomst mee. Maar ik kan er niet enthousiast over zijn.
- Ondanks de mooie investeringen in onderwijs (ok, die expatschool was niet zo mooi) en armoede hebben niet kunnen voorkomen dat de kloof tussen arm en rijk gegroeid is. Ondanks mooie beloftes in het coalitieakkoord is de schuldenproblematiek onvoldoende aangepakt. Gelukkig gaat het goed met het paradepaard van het college: de perspectiefbanen. Oh wacht. Hoeveel zijn t er nu? 11? 12?
- Bij de zorg is veel geld over, ondanks het feit dat steeds meer mensen zorgkosten niet kunnen betalen en ongelijkheid in gezondheid groter wordt.
- Sociale voorzieningen zijn wegbezuinigd, zeker in de stadsdelen. Onnodig en gevaarlijk. Dankzij GroenLinks is er bij de vorige begroting voor 3 miljoen extra geïnvesteerd. Ook daar was het niet het gemeentebestuur maar de oppositie die ingreep.
- Het gemeentebestuur heeft vastgoed en deelnemingen verkocht. Dat is gelukt. Terwijl we die panden juist zo goed hadden kunnen gebruiken.
- En er moet balans in de stad komen. Wat vertaalt wordt in handhaving om de pijn te verzachten en vooral betekent dat er wat convenanten tegen aan worden gegooid, een hotelstop die geen hotelstop is en we tal van plannentjes hebben mogen beluisteren waar we verder nooit meer iets van hebben gehoord (autovrije Nieuwmarkt? Passenger Terminal Amsterdam? Iemand?)
Op het vlak van duurzaamheid lieten de daden het evenzeer na op de grote woorden
- Ondertussen wachten we nog steeds op de eerste windmolens van dit college.
- Overal in de stad liggen daken braak zonder zonnepanelen, en de gemeente heeft zelf nog niet eens een overzicht van welke daken we aan Amsterdammers beschikbaar stellen.
- De wethouder durft niet te beloven in 2030 klimaatneutraal te zijn
- We weten hoe we het vastgoed moeten verduurzamen, maar het college maakt daar pas geld voor vrij in de volgende periode. Alleen dankzij ingrijpen van GroenLinks beginnen we mogelijk al iets eerder.
- Het versnellen van LED is eveneens nog niet geregeld. Opnieuw moest GroenLinks ingrijpen en we wachten nog altijd op uitvoering van de motie.
En ik kan zo nog wel even doorgaan.
Ik heb het niet eens over erfpacht en het bestuurlijk stelsel
Het is eigenlijk natuurlijk potsierlijk wat daar allemaal is gebeurd.
Daar ging het niet om de vraag wat het beste voor de stad is maar hoe met handjeklap publicitaire schade kon worden beperkt.
En zo sleept de coalitie zich naar de eindstreep
stabiel in het krampachtig elkaar vasthouden omdat al het andere mogelijk schadelijker is
Deze coalitie ontbeert niet alleen visie.
Ze mist een gezamenlijkheid en blijft hangen in het eigene: jij een beetje extra voor armoede, jij een beetje voor onderwijs en jij wat voor ondernemers.
Zo hou je elkaar middels het partijbelang in een houdgreep.
En daar schiet niets of niemand wat mee op.
Voorzitter,
Ik sprak al even over de rol van de overheid in het beteugelen van de markt en het behoedden van de mens.
In zekere zin heeft dit college op dat punt wel een dominante ideologie.
Het is het achterhaalde denken van een zich terugtrekkende overheid die zichzelf vooral als scheidsrechter ziet.
Regels die beperkt moeten worden in de hoop dat de markt z’n werk doet
En dat is niet meer van deze tijd en laat de grote vragen onbeantwoord waardoor deze doorwoekeren als houtrot
Verandering is dus nodig!
En wat GroenLinks betreft komt die verandering er volgend jaar.
Het eerste wat een nieuw college moet doen is een gezamenlijke visie formuleren van wat de stad zou moeten zijn.
En laat dat wat ons betreft een breed overleg met de stad zijn waarin bewoners, bezoekers, kunstenaars en zij die slechts zelden worden gehoord aan deelnemen.
Het moet een New Babylon zijn, in de geest van Constant
Een stad waarin we delen en waarin de mens en zijn ontwikkeling centraal staat
De verandering die we voorstaan is omvangrijk:
Het betekent dat de overheid sterker stuurt in het tegengaan van onwenselijke ontwikkelingen en actiever optreedt waar dat nodig is.
We kunnen de markt beteugelen.
We moeten de markt beteugelen.
De stad heeft de mogelijkheid ontwikkelingen die dit college als onvermijdelijk beschouwde te keren.
Wij moeten een voorloper zijn.
Een voorhoede zo u wilt.
Wij kunnen laten zien dat sociale verandering mogelijk is, dat een duurzame toekomst kan in Amsterdam.
- En dat betekent onder andere dat we de toenemende ongelijkheid in inkomen en gezondheid en de uitdijende schuldenproblematiek te lijf gaan.
- Het betekent dat we als gemeente zelf een coöperatie oprichten om sociale huur- en koopwoningen te beheren en te distribueren
- en het betekent dat we zorgen dat de gemeentelijke organisatie in 2030 klimaatneutraal is.
- En als laatste: we starten een groot offensief tegen discriminatie en racisme. En dat is niet iets wat alleen ‘de ander’ aangaat. Dat is juist iets waarbij we zelf uit onze bubble, uit onze comfortzone moeten treden. Dat onderwerp moet besproken, niet alleen hier in de raad maar vooral met Amsterdammers, die minder geprivilegieerd zijn dat het gemiddelde gemeenteraadslid.
Dat zijn zaken die de stad nodig heeft.
En natuurlijk zullen we later tijdens de behandeling van de voorjaarsnota nog meer moties indienen.
Bijvoorbeeld tbv de uitbreiding van de bed-bad-brood en 24-uursopvang.
Dat bent u van ons gewend.
Een stad is een gestold samen.
En gezamenlijk staan we op een keerpunt.
Het is dan ook aan het nieuwe bestuur om er voor te zorgen dat de stad geen verzameling wordt van bv's-ik maar een nv-wij.
En ik sluit af met een citaat:
Niet in de afzondering zullen we onszelf ontdekken
maar onderweg, in de stad, in de menigte,
als ding onder dingen, als mens onder mensen.