De Amsterdamse ombudsman presenteerde gisteren zijn Jaarbeschouwing 2016. Een van de conclusies is dat burgers vorig jaar ruim 2200 keer een beroep op de ombudsman deden. Dat zijn driehonderd meer meldingen dan in 2015. Zorgwekkend volgens de ombudsman omdat hij vooral wordt ingeschakeld als de boel echt helemaal in het honderd loopt. In Trouw staan een paar schrijnende voorbeelden opgetekend van mensen die vast lopen in het ‘systeem’. Dat is precies het springende punt in de rapportage. Mensen moeten voor hulp bij een haast ondoordringbaar oerwoud van instanties aankloppen die buitengewoon bureaucratisch reageren waardoor er een groot gevaar is tussen wal en schip te vallen.

De wethouder stelt dat de ombudsman een bondgenoot is en dat al veel zaken beter gaan dan in het verleden. Dat zou kunnen. Maar als de rapportage van vorig jaar nog steeds laat zien dat ‘systeemlogica dominant is’ dan ligt daar echt nog wel een grote taak. Juist de combinatie van dit bericht met een eerder rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat laat zien dat zelfredzaamheid van burgers in hoge mate een wensdroom is, baart zorgen. Met elkaar zullen we na moeten denken hoe de overheid op een andere manier kan worden georganiseerd. Kort gezegd: het systeem moet stuk en mag niet leidend zijn. In een steeds complexere samenleving moet de overheid de mens centraal stellen en niet formulieren of procedures. Hoe dat moet? Daar heb ik ook geen pasklaar antwoord op, maar publicist Jos van der Lans geeft al belangrijke aanzetten. Dat het anders moet is in ieder geval zonneklaar.