Dit zijn de mondelinge vragen die Jeanine van Pinxteren op 11 mei aan wethouder Van der Horst stelde.
In de raadsvergadering van 23 maart jl. is een amendement aangenomen – ondertekend door GroenLinks en Amsterdam Anders/de Groenen – om bij de a.s. start van de IJtram het vervoer van meer dan twee fietsen mogelijk te maken.
In de commissievergadering van 27 april jl. lag een uitwerkingsvoorstel voor van wethouder van der Horst waarin enkele mogelijkheden werden besproken en waarin hij aangaf alleen de oplossing van een derde fiets te willen uitwerken.
Het merendeel van de commissie gaf aan deze uitwerking van het huiswerk beneden de maat te vinden, en niet accoord te zullen gaan met slechts drie fietsen per tram. Daarop werd gestemd over een voorstel om een andere getekende variant – die waarbij het mogelijk wordt om zeven fietsen in de tram te plaatsen – uit te werken. Daarmee leek de kous af: de wethouder kon aan het werk met een duidelijke opdracht.
Omdat GroenLinks geluiden opvangt dat de wethouder nog geen stappen heeft ondernomen om uitvoering te geven aan de wens van de meerderheid van de raad, stellen wij hier de volgende mondelinge vragen:
1. Is de wethouder zich ervan bewust dat de raad op 23 maart jl. heeft besloten dat er meer dan twee fietsen per tram naar en van IJburg moeten meekunnen?
2. Is de wethouder zich ervan bewust dat de commissie VVI op 27 april nadrukkelijk te kennen heeft gegeven dat de wethouder het huiswerk moet overdoen en wel zodanig dat er een serieuze uitwerking van het model met zeven fietsen wordt geleverd?
3. Is de wethouder zich ervan bewust dat de IJtram al vanaf eind deze maand gaat rijden en dat dan voor de bewoners van IJburg en voor andere Amsterdammers duidelijk moet zijn dat ze hun fiets in de tram mee kunnen nemen?
4. Kan de wethouder aangeven wat hij sinds 27 april heeft ondernomen om de wens van de raad uit te voeren, en kan hij aangeven welke tijdsplanning daarbij voor ogen staat?
11 mei 2005
Jeanine van Pinxteren
Gemeenteraadslid GroenLinks