Zaterdag 30 mei heeft een van de regionale, partijbrede discussies plaatsgevonden over het thema “Werken in de 21ste Eeuw”. Gemeenteraadslid Jorrit Nuijens hield daar een bevlogen toespraak.

Hebben jullie vrijdag het journaal gezien? Met Mark Rutte over werk, op het VVD congres? Het gesprek bij de VVD leek overigens meer te gaan over werk in de 19e eeuw. Maar dit terzijde.

Ik noem het maar even, vanwege het dedain waarmee men daar spreekt over werkenden en niet-werkenden. Mensen die ontslagen worden en naar het UWV gaan zijn ‘grote, dikke ikkes’. Mensen in geestdodende McJobs moeten ‘ophouden met energiezuigende verhalen’.

Ja, Toedeledoki. En als je geen brood hebt, dan eet je toch cake?

Dat is het discours waarbinnen GroenLinks moet discussiëren over werken in de 21ste eeuw. Werkende mensen moeten niet zeuren dat ze steeds harder moeten werken voor het zelfde geld. Heb je geen werk, dan moet je de schuld vooral bij jezelf zoeken. Er zijn 650.000 werklozen en 100.000 vacatures, maar werkloosheid is je eigen schuld. Terwijl banken hun winsten privatiseren en hun risico’s bij het collectief leggen, leggen we de schuld en de druk van ons collectief maatschappelijk falen bij werkenden en niet-werkenden neer, en spelen we ze tegen elkaar uit.

Allemaal. Grote. Dikke. Ikkes. Ofzo.

Vrolijk voorwaarts: de bevrijding van de arbeid

Het is binnen de context van dat discours en binnen de context van een repressieve participatiewet, die mensen opjaagt naar werk wat er niet is, dat veel stedelijke GroenLinks fracties inmiddels voorstellen hebben ingediend voor proeven met verplichtingsvrije bijstand en met onbeperkt bijverdienen.

En binnen die context, tegen de achtergrond van een krimpende arbeidsmarkt en oprukkende robotisering, was ik een maandje geleden, op de Dag van de Arbeid getuige van een historisch moment. Al wist ik het toen nog niet…

Bram van Ojik en Paul de Beer maakten zich op de Amsterdamse 1 Mei-bijeenkomst samen vrolijk over het feit dat ze zich, inmiddels enige decennia ouder, nu wéér bevonden voor een zaal van veelal jonge mensen om te praten over het basisinkomen.

Rutger Groot Wassink benoemde er virtuoos de achterliggende waarde: de bevrijding van de arbeid. Paul de Beer deed daar nog een schepje bovenop, en haalde Paul Lafargue, de schoonzoon van Karl Marx, aan. Die sprak van het ‘recht op luiheid’. Lafargue vroeg zich af of de arbeider zich niet had laten inpakken door de bourgeoisie, door te gaan geloven dat arbeid een doel op zich is.

En Bram van Ojik sprak daar over de noodzaak om de band tussen inkomen en arbeid losser te maken en het basisinkomen als mogelijk instrument daartoe. Dat klinkt voorzichtig, maar hij gaat daarmee verder dan welk ander huidig partijleider.

Overigens, met de huidige ideeënvorming en discussie gaat het basisinkomen een derde leven in. Het is zeker de moeite waard om nog eens te beschouwen hoe dat voorheen is gegaan.

PPR, Basisinkomen, GroenLinks

De enige Nederlandse politiek leider die nadrukkelijk pleitte voor een basisinkomen was Ria Beckers van de PPR (Politieke Partij Radicalen). Vanaf 1977 stond het basisinkomen in het verkiezingsprogramma van die partij. In een brochure uit 1982 schetst de PPR twee opties: een volledig basisinkomen, boven bijstandsniveau, en een gedeeltelijk basisinkomen gecombineerd met arbeidstijdverkorting. Uiteindelijk koos men voor een gedeeltelijk basisinkomen met ATV, met de bedoeling dat op termijn uit te bouwen. De auteur toentertijd van die PPR-brochure? Jawel, Bram van Ojik.

Vervolgens pleitte in 1985 niemand minder dan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid voor een basisinkomen. De grootste tegenstander van dat voorstel was de PPR, want daarin was het basisinkomen te laag… Te laag en daarmee gewoon een versimpelde, armoedige sociale zekerheid, in plaats van een emanciperende stap op weg naar de bevrijding van de arbeid.

Verder heeft het basisinkomen als expliciet programmapunt de fusie tot GroenLinks (1989) niet overleefd. De CPN zag het, net als de SP vandaag, als een liberaal trucje. De PSP had ook een ander bezwaar, dat zich wat moeilijker laat ondervangen. De PSP vond het basisinkomen namelijk antifeministisch. De man gaat werken en de vrouw, “bevrijd” van arbeid, slooft zich uit in het huishouden en bekommert zich om de kinderen.

Inderdaad, want wat zie je in de resultaten van het 'Mincome' experiment in Canada?

Aan 1000 gezinnen werd, van 1974 tot 1975, een basisinkomen verstrekt. De meeste effecten waren positief: er werd langer gestudeerd, mensen hadden meer tijd voor zorg en voor elkaar, ziektekosten namen af. Ook een grote rechtse angst kwam niet uit: bijna niemand stopte met werken of ging minder uren werken. Maar wat bleek ook: getrouwde vrouwen gebruikten het basisinkomen voornamelijk om tijd vrij te maken voor zwangerschap en kinderen.

Enfin, de fusiepartijen die GroenLinks vormden kwamen er niet uit. En wat doe je als je er niet uit komt; je schuift het thema op de lange baan. Zoals overigens D66 recent voor de derde keer deed met het basisinkomen: je spreek af dat je ‘het er nog maar eens goed over moet hebben’.

Negatieve inkomstenbelasting en ‘Vrijheid Eerlijk Delen’

GroenLinks was er -ogenschijnlijk- snel uit, want het programma uit '94 pleit voor een negatieve inkomstenbelasting. Onder een bepaald minimum krijgen mensen geld terug van de belastingdienst. De hoop was dit op termijn te kunnen verbreden tot een basisinkomen.

D66-er Hans Wijers sprak zich als Minister van Economische zaken uit als voorstander. Vooral het beëindigen van de armoedeval zag Wijers als een pro: dat zou leiden tot grotere arbeidsparticipatie. Hij kreeg daarin bijval van VVD-minister Gerrit Zalm, van Financiën. Zalm wilde een sobere variant van het basisinkomen, zodat ‘werken weer ging lonen’, het minimumloon kon worden afgeschaft, en de sociale zekerheid simpeler en goedkoper. Zalm’s versie klinkt mij als vrij rechts in de oren, maar het was Frits Bolkestein in ieder geval véél te links. Daarentegen vond Ad Melkert van Sociale Zaken het weer veel te rechts: hij vreesde een permanente onderklasse en toenemende tweedeling tussen werkenden en niet- werkenden.

Enfin. Men kwam er niet uit en sprak af, dat ze het er nog maar eens goed over moesten hebben, en daarmee was de discussie voor de negentiger jaren eigenlijk voorbij.

En, na zo omarmd te zijn op rechtse voorwaarden, was het idee voor GroenLinks eigenlijk ook een beetje een afgelikte boterham geworden. In 1998 gaat het -dankzij Ab Harrewijn- nog even over een ‘voetinkomen’, maar dat zette weinig zoden aan de dijk.

Tot 2005, dan is in ‘Vrijheid Eerlijk Delen’ sprake van een gedeeltelijk basisinkomen. Maar dan, voor het eerst, alléén voor werkenden. In het programma van 2010 schrijft GroenLinks: 'Tegenover geld van de gemeenschap staat in alle gevallen een plicht tot participatie naar vermogen'.

En met die zin lijkt –léék- GroenLinks definitief afscheid te hebben genomen van het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen, en misschien ook wel van het streven naar de bevrijding van de arbeid.

Kortom, de PPR was de eerste Nederlandse partij die het basisinkomen omarmde en GroenLinks de laatste die er afscheid van nam.

Eerlijk delen van arbeid en inkomen

Maar toen was er de economische crisis (2008) en sindsdien laait, via Rutger Bregman, de Waterland Stichting, Buro de Helling en Tegenlicht de discussie voor de derde keer op, net als in 1985 en 1995 eveneens in een tijd van hoge, langdurige werkloosheid. En zo kan het geschieden dat in 2015, op De Dag van de Arbeid, de grijze partijleider van GroenLinks het stokje, helemaal uit 1977 en van Ria Beckers, via zijn eigen jongere ik als medewerker bij de PPR, over heeft genomen. Door in een rechtse tijd en in een hardvochtig discours, te pleiten voor het eerlijker delen van arbeid en inkomen. Voor het meer waarderen van maatschappelijke participatie. Voor werk als middel, niet als doel. Voor bestaanszekerheid als recht, en niet als liefdadigheid. Door te pleiten voor het losser maken van de band tussen arbeid en inkomen.

Voor tijd voor jezelf, tijd voor elkaar, tijd om te zorgen, tijd voor ontspanning.

Tijd om te leven.

Een uitgebreider stuk, van onder andere Simon Otjes, over de geschiedenis van het basisinkomen in de Nederlandse politiek vind je hier: http://goo.gl/WDwDwu



Een voorbeeld van een van de GroenLinkse voorstellen voor gemeentelijke proeven met verplichtingsvrije bijstand vind je hier: https://goo.gl/MfDZZD