Zoveel mogelijk mensen helpen op weg naar werk

Het kabinet Rutte zet het mes in het geld om mensen met een uitkering aan het werk te helpen. Keihard en asociaal. In Amsterdam betekent het Haagse wanbeleid dat het geld voor toeleiding naar werk afneemt van € 220 miljoen per jaar in 2010 naar € 70 miljoen per jaar in 2014.
In 2011 werd er al flink bezuinigd, en ook in 2012 is de nood weer aan de man. Dan is er € 50 miljoen minder beschikbaar dan in 2011, bovenop de bezuiniging van € 20 miljoen waarvan we al wisten dat hij er aan kwam. Het is dus niet meer dan logisch dat de gemeente nadenkt over de manier om met het beetje geld dat er nog is zoveel mogelijk mensen met een uitkering te helpen op weg naar werk.

Amsterdam kent nog steeds een regeling voor gesubsidieerde arbeid. Toen het Rijk die regeling afschafte met de invoering van de nieuwe bijstandswet, heeft Amsterdam gekozen die regeling voort te zetten: de ID-regeling (Instroom en Doorstroom). De ID-regeling (en een aantal andere vormen van gesubsidieerde arbeid) kost de stad ongeveer € 45 miljoen per jaar. Er zijn ongeveer 1450 gesubsidieerde arbeidsplaatsen in de stad. Als we niet ingrijpen, dan geeft de gemeente in 2014 meer dan de helft van zijn geld voor re-integratie uit aan die 1450 mensen. De andere helft is dan beschikbaar voor die andere kleine 40.000 mensen met een uitkering in de kaartenbakken van DWI. En die zouden ook wel aan het werk willen. Die verdeling is zo scheef dat het niet meer dan logisch is om de ID-regeling versneld af te bouwen (want in 2008 was al besloten om af te gaan bouwen, maar dan veel langzamer). Alleen door versneld af te bouwen, houden we nog geld over om mensen met een uitkering fatsoenlijk te ondersteunen op weg naar werk.

Maar zo logisch als het is, versnelde afbouw van de ID-regeling is ook ingrijpend en heeft pijnlijke gevolgen voor mensen en organisaties. Mensen met een ID-baan verrichten werk dat goed is voor de stad. Een aantal van hen staat straks waarschijnlijk op straat. Hun werk zal lang niet in alle gevallen door vrijwilligers worden overgenomen.

GroenLinks steunt het voorstel van wethouder Andrée van Es om de gesubsidieerde arbeid versneld af te bouwen. Maar we vinden wel dat de gemeente zijn best moet doen om de gevolgen van die bezuiniging zoveel mogelijk te verzachten voor de mensen die de afgelopen jaren hard voor de stad hebben gewerkt. Bij hen ligt onze eerste prioriteit. We vinden dat de gemeente moet investeren in hun opleiding, als dat leidt tot een reguliere baan bij hun huidige werkgever. Ook vinden we dat de gemeente net wat langer het salaris moet doorbetalen, als iemand dan in dienst kan blijven, in afwachting van een vrijkomende functie bij de huidige werkgever. Ook willen we aandacht voor de materiele positie van oudere ID-ers, voor wie ontslag een enkeltje uitkering is.

Soms wordt wel beweerd dat de bezuiniging op de gesubsidieerde arbeid een “domme” bezuiniging is. Want als de ID-ers worden ontslagen, dan krijgen ze alsnog een uitkering en dat kost ook geld. Ze krijgen inderdaad een uitkering, maar dat is in eerste instantie een WW-uitkering en geen bijstandsuitkering. Dat kost de gemeente geen geld, hoe cynisch het ook is. Belangrijker – en aanmerkelijk minder cynisch – is dat geld dat wordt uitgegeven aan de gesubsidieerde arbeid, niet meer beschikbaar is voor andere, effectievere manieren van re-integratie. Anders gesteld, je kunt de ID-ers aan het werk houden en uitkeringen uitsparen, maar als je het geld voor de ID-ers inzet om andere mensen aan het werk te krijgen, dan spaar je nog veel meer uitkeringen uit. En iedere uitgespaarde uitkering is iemand die aan het werk is gegaan.

GroenLinks realiseert zich dat ID-ers belangrijk werk doen in de stad. We vinden dat dat werk gedaan zou moeten worden als normale arbeid en niet op basis van de ID-regeling. We willen daarom onderzoeken of we bij de begroting voorstellen kunnen doen om van noodzakelijk werk normaal werk te maken. Al weten we dat geld schaars zal zijn. Tegelijk vinden we dat grote organisaties – de gemeente voorop – alles uit de kast moeten halen om de korting op de gesubsidieerde arbeid op eigen kracht op te vangen.